Columns

Stralend middelpunt van iedere bruiloft

Afgelopen week was ik gevraagd voor een huwelijksceremonie. Maar omdat de bewuste gemeente geen BABS-voor-één-dag wil hebben, moest dat onder leiding van een échte ambtenaar: Karin. Dat is niet haar echte naam overigens, omdat ik niet met terugwerkende kracht een fantastische dag wil ontsieren.

Karin kende het klappen van de zweep: ze had al meer dan 800 bruiloften op de teller. Door de telefoon had ze me gezegd de ceremonie te zullen openen, daarna mij meteen het woord te geven en dan alleen nog het huwelijk te voltrekken. De rest was helemaal aan mij. Maar toen ze op de bewuste dag met acht A4’tjes tekst aankwam, deed me dat al het ergste vermoeden.

Ze ging vooraf even naar het bruidspaar, die zich hadden verstopt zodat nog niemand de jurk kon zien. “Dat mag ik dan lekker wel, hè. U moet hier blijven.” Ze vroeg me verder helemaal niets en praatte maar door over haar 800 vorige bruiloften. Ze had alles al meegemaakt, kwam niet meer voor verrassingen te staan. Ze was ook zóó relaxed altijd, dat ze lekker in een spijkerbroekje kwam. “Ik trek toch de toga aan.”

Ik moest maar eens goed op haar letten en dan gaf zij wel aan wanneer ‘mijn stukje’ aan de beurt was. Haar openingszin was maatgevend voor al wat komen ging: “Lief bruidspaar, wat fantastisch dat ík jullie vandaag mag trouwen, en dat zeg ik niet om te slijmen, maar omdat ik het meen.”

Toen vroeg ze om de mobieltjes op stil. De vader van de bruid was zo zenuwachtig dat het hem niet meteen lukte, wat Karin de gelegenheid gaf om te oreren dat ze niets van mobieltjes en die moderne toestanden moest hebben. “Dat vinden we allemaal toch?” zei ze tegen de zaal vol twintigers en dertigers.

Mij meteen het woord geven kostte haar uiteindelijk een kwartier, waarbij ze uiteraard mijn naam ook niet meer wist.

Daarna ging ze weer onverdroten door en uitgebreid in op het voorgesprek dat ze met het bruidspaar had gehad. Omdat een aanstaande bruid altijd het meeste praat, was het haar specialiteit geworden het er bij een toekomstige bruidegom uit te trekken. Zo konden we horen dat haar eigen huwelijk – net als ieder ander huwelijk trouwens – enorme ups en downs heeft, maar dat je daar samen altijd uit gaat komen, als je dat tenminste wilt. Eén van de getuigen kwam uit Rotterdam en dat vond ze een ‘verschrikkelijke stad’. Karin had geen geheimen meer voor ons.

In mijn stukje heb ik met een lach en een traan het bruidspaar in het zonnetje gezet, want dat verdienden ze op deze koude natte winderige dag.

Tip voor Karin: een iets langere toga vragen bij de gemeente. De spijkerbroek kwam er hinderlijk onderuit.

Endeldarm steeds vaker gespaard bij kanker

Iedere week krijgen in Nederland meer dan 100 mensen de diagnose endeldarm kanker. Dat is een akelige ziekte die tot overlijden kan leiden, maar ook de kans op verminkingen is aanzienlijk. Er wordt veel onderzoek gedaan naar rectum-besparende behandelingen, maar … nog lang niet iedere patiënt krijgt in Nederland die optie ook voorgelegd.

 

cms_visual_2891Vele patiënten met endeldarm kanker hebben na de behandeling een stoma of ernstige last van incontinentie voor urine en ontlasting, impotentie en ander lichamelijk leed. De endeldarm is nu eenmaal moeilijk te opereren en het gebied eromheen is kwetsbaar. Toch wordt het rectum vaak verwijderd omdat de ernst van de ziekte zich ter plaatse moeilijk laat vaststellen. Tumoren liggen verscholen, zijn moeilijk bereikbaar en lymfeklieren zijn te klein om goed te beoordelen. Alles eruit snijden is dan vaak de oplossing, met alle gevolgen van dien.

Onderzoek naar de behandeling van endeldarm kanker is een multi-disciplinair gebeuren bij uitstek: chirurgie, radiologie, radio-therapie en Maag-Darm-Lever artsen. Alleen als die perfect samenwerken heb je kans dat je rectum in de behandeling niet onnodig sneuvelt. In Nederland wordt onder leiding van meerdere professoren uit die disciplines veel onderzoek verricht om de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk te houden, zonder extra risico op overlijden.

preserving rectum
symposium Rectal Preserving Treatment, Utrecht

Vorige week was ik als ervarings-deskundige op een medisch congres over dit onderwerp. Er lopen in Nederland in verschillende academische centra maar liefst drie studies TESAR, STARTRECT en Wait & See, die allemaal op zoek zijn naar deelnemers. Het grote punt is dat – puur afhankelijk van het ziekenhuis waar je je als patiënt meldt – je al dan niet opmerkzaam wordt gemaakt op de mogelijkheid om deel te nemen.

Daar moet verandering in komen. Allereerst gaat men in een tiental ziekenhuizen vanaf nu patiënten actief screenen om deel te nemen. Verder is het dringend noodzaak dat er voldoende informatie op het internet te vinden is om patiënten en hun familie op deze alternatieve mogelijkheden te wijzen. Zodat men actief bij zijn arts zelf kan aankaarten of één van de drie rectumbesparende opties mogelijk zijn.

De derde druk van Nooduitgang

Dus, ken je iemand met endeldarmkanker? Wijs hem of haar op deze alternatieve methoden. Ga op onderzoek uit of lees mijn boek Nooduitgang. Zorg ervoor je écht goed in gesprek kunt komen met je arts en misschien, heel misschien wordt zo onnodige ellende bespaard.

 

De eerste Big Data Bakker van Nederland

Met het kerstdiner zat mijn vader altijd op de strategische plek, waar hij zowel de lange tafel als de keuken kon overzien. Ik mis hem nog ieder jaar, maar dit jaar ietsjes meer.

Deze kerstvakantie schrijf ik mijn nieuwe voorstelling en blader door zijn bakker-agenda’s. Ik heb ze allemaal bewaard, de meeste zitten nog onder het meel. Hij noteerde er alles, werkelijk alles in.

IMG_1793

Hij schreef op hoeveel hij gebakken had, wat het weer was geweest, bijzondere gebeurtenissen en opmerkelijke feiten. Hemelvaart 1983: orkaan, zeker tien mensen verongelukt. “Je weet nooit wat je er ooit nog aan hebt,” zei hij dan.

Vervolgens goochelde hij met al die cijfers en gegevens uit het verleden om te kunnen voorspellen wat hij dat jaar met Kerst, Pasen of Pinksteren zou moeten bakken. Als hij een advertentie had geplaatst, hield hij zorgvuldig bij wat het effect op de verkoop was. Hij was in zoveel dingen zijn tijd ver vooruit, deze eerste Big Data bakker van Nederland.

IMG_1792

Daarom is juist hij de hoofdpersoon in het theaterprogramma  “Bakken met data”. Een vrolijke mix van mijn kijk op onze digitale wereld en een liefdevolle terugblik op mijn vader.

De agenda’s zijn een goudmijn voor deze voorstelling. Inderdaad pap, “je weet nooit wat je er ooit nog aan hebt.”

Optreden voor 15 man, wat doe je dan?

Als beginnend theatermaker word je er ’s nachts wel eens zwetend wakker van: je komt op en dan … dan blijkt de zaal bijna leeg. Het overkwam Nathalie Baartman bij haar voorstelling Louter in Theaters Tilburg. Marja en ik zaten met slechts 13 anderen in de zaal. Omdat we in de foyer het onheil al zagen aankomen, waren we met zijn allen een beetje dicht bij elkaar gaan zitten, vooraan.

De cabaretière had op dat moment maar één keus: de zaak benoemen. “Draai het zaallicht eens aan,” zei ze met haar innemend Twents accent, “want ik wil mijn 15 uitverkorenen goed kunnen zien.” Toen hebben we ons aan elkaar voorgesteld: een Noor, twee keer Judith, Hans, Marja, Harrie en nog wat namen. Eén van de Judith’s had vroeger nog bij Nathalie in de klas gezeten, hoorden we.

Het werd dus een soort huiskamervoorstelling. Ik voelde me deze avond geen toeschouwer die af en toe nog eens op de smartphone kan turen of beetje kan wegdromen. Nee, ze deed het deze avond speciaal voor mij. Je gaat dan onwillekeurig meedoen: ondersteunend knikken, glimlachen op intieme momenten en ik moest steeds de neiging onderdrukken om ook wat te zeggen. Dat lukte uiteindelijk niet helemaal.

Ik vond dat ze er stoer en energiek mee omging. De timing werd wel een beetje moeilijk. Want terwijl je in een grote zaal toch altijd een tien seconden hebt voordat een applaus of lachsalvo is weggeëbd. Ons groepje was steeds na twee seconden klaar. Daar had ze duidelijk last van.

Aan de andere kant zocht Nathalie vaker de interactie met ons op en dat maakte de voorstelling leuker. Ze weet nu bijvoorbeeld wat Marja en ik voor werk doen en het is toch leuk om bij het applaus halen de artiest persoonlijk een hand te geven als bedankje voor een fijne voorstelling.

Het was trouwens volslagen onterecht dat er maar 15 toeschouwers waren. Ze kan prachtig zingen – zoals in een door merg en been gaand Koerdisch nummer – is ontwapenend en heeft een heerlijke humor. Dat de zaal dan bijna leeg is, zegt meer over Tilburg dan over Nathalie Baartman.

Ik heb haar nu ook uitgenodigd voor mijn eigen voorstelling en dan moet ze wel komen. We kennen elkaar nu tenslotte en dat schept wederzijdse verplichtingen. Ik hoop toch stiekem wel op meer dan 15 man…

En…hoe was het op de Canon EXPO 2015 ? (deel 2)

Eens in de vijf jaar vertoont Canon zijn technologisch kunsten op een wereldwijde show. Deze week was ik in Parijs op de EXPO 2015. In het eerste deel van dit blog heb ik al enkele hoogstandjes beschreven. Hierbij het tweede deel van het verslag, ofwel hoe Canon zich ontwikkelt tot beeldfabriek.

IMG_1349’s Ochtends net na de opening lopen we op het nog bijna lege Virtual Reality eiland, noem het gerust een landschap. Canon praat overigens liever over Mixed Reality en is één van de grote patenthouders op dit gebied. Hoe dan ook, er wordt zwaar ingezet op virtual imaging.

We zien vooral zakelijke toepassingen: een autogarage, een productontwikkelafdeling en wijzelf worden met de bril op aan de reparatie van een virtuele kopieermachine gezet. Het idee is dat een collega op afstand ons de reparatie voordoet en wij doen alles na. Helaas wordt ik na één minuut al zo draaierig van die bril op mijn neus, dat ik moet afhaken. Dat ligt overigens niet aan Canon, ik had het bij de Ocolus Rift van Facebook ook. Helaas ben ik dus niet in de wieg gelegd voor dit virtuele werk. Collega Igor neemt de honours waar en gaat voortvarend met de copier aan de slag, zoals je onder ziet.

IMG_1203

Onderwijs

Daarna stomen we meteen door naar het Onderwijs gedeelte van de expositie. Hier is sprake van een unicum want er staat een Nederlandse innovatie: Cross Campus Printing. Hetgeen inhoudt dat je vanaf elke laptop of mobile op ieder willekeurig apparaat kunt printen, met apps en betaalmodules om dat allemaal mogelijk te maken. Ideaal dus voor de onderwijscampus. Enkele jaren geleden zijn we binnen Canon Business Services met een paar mensen aan deze innovatie begonnen, die we toen het Nieuwe Printen noemden. En nu dan de presentatie van het uitgebreide concept aan een wereldwijd publiek door collega’s Sandra en Peter.

IMG_1215
Sandra
IMG_1219
Peter

Sandra is onophoudelijk in gesprek. Een praatje met ons zit er vandaag niet in. Ze laat in het voorbijgaan wel nog even zien dat je met de nieuwe generatie printers nu ook identificatie met mobiel mogelijk is, “Bluetooth, hè. Zo handig.” Peter een handje geven lukt helemaal niet. Volgende week maar eens bijpraten, als Nederland tenminste niet te klein voor ze is geworden.

Interactief beamen

IMG_1214

Het onderwijslandschap is verder vergeven van de beamers, interactief wel te verstaan. We zien overal grappige zuiltjes om op tafels en muren te projecteren. Canon noemt ze nog Versatile Collaboration Systems, maar die naam kan natuurlijk veel beter. De ‘beamboxjes’ kunnen ook 2D en 3D scannen en automatisch informatie van documenten lezen en interpreteren. Wow, zo worden op een heel slimme wijze de digitale- en fysieke werelden met elkaar verbonden. Omdat ze ook 3D kunnen beamen, zijn er hulpstukken in de vorm van een bol of fiches om het effect en de interactiviteit van het geheel te vergroten. Ik zie een nieuwe supply-business aankomen. De boxjes duiken trouwens op heel veel stands op, de toepassingsmogelijkheden zijn dus legio.

Ik zou er – naast een meer fancy naam en een meer catchy design – ook nog een mooi open software platform van maken. En dan software-ontwikkelaars uitnodigen om er hun creativiteit op los te laten. Dat zou nog wel eens tot verrassende nieuwe inzichten kunnen leiden. Want eerlijk is eerlijk, de boxjes zijn leuk, maar de voorbeelden nog een beetje beperkt. Kijk even hier voor een demo.

Home of the Future
Interactief beamen wordt op deze EXPO sowieso tot kunst verheven. De presentatie in het Home of the Future is spectaculair en het publiek hangt voortdurende met de benen buiten.

Home of the future

De beelden uit je privé fotoarchief worden op alle mogelijke manieren geprojecteerd op de tafel en dat maakt een geheel nieuwe vorm van interactie mogelijk. Zo vind ik het alleraardigst om beelden gewoon van de tafel naar de muur te vegen.

IMG_1272Stop in het hele concept ook nog eens gezichts- en objectherkenning, en dan kun je allerlei nieuwe toepassingen bedenken. De projecties worden aangestuurd door een in het plafond gemonteerde console, waar ook nog een soort Kinect module inzit. Binnenkort thuis eens gaan uitleggen dat die lichtbruine tafel de deur uitgaat en de muur wit geverfd wordt. Want wit beamt het lekkerst, dat zie ik wel.

We noemen geen namen

Er is ook een stand waar het druk is en helemaal niets te zien is, althans geen technologie. Het software en solution eiland is opgedeeld naar de verschillende functies van de moderne onderneming: Research, Productie, Sales, HR enzovoorts. Merkwaardig is dat – hoe ik ook kijk – er geen enkele productnaam te bekennen is. Wel veel collega’s die van al die processen veel verstand hebben.

IMG_1284

Navraag leert dat dit een bewuste keuze is omdat Canon System Integrator is en de onderliggende producten secundair zijn. “Daarom noemen we geen namen.” Ik snap het wel, maar volgens mij kwam het de beleving van het geheel niet ten goede. Het blijft toch altijd een hele kunst om software oplossingen op zo’n evenement op een aansprekende wijze te tonen.

Gelukkig stond er in de Fietsenwinkel om de hoek een herkenbare crossmedia studio. Terwijl dat eigenlijk ook gewoon de presentatie van een Canon software product was, namelijk DirectSmile.

IMG_1277

In deze studio nog een andere Nederlandse vondst, namelijk een systeem van Styleshoots (met Canon camera’s natuurlijk) die het de Zalando’s en Wehkampen van deze wereld bijzonder gemakkelijk maakt om in hoog tempo hun catalogi en websites te vullen. Je rijdt de paspoppen gewoon in en uit.

IMG_1279

Beleving?

Canon EXPO 2015 was een geweldige demonstratie van technisch vernuft. En ik heb genoten. Heel slim was dat iedereen een badge had, die je kon neerleggen als je later informatie over een product digitaal toegestuurd wil krijgen. Of een foto die ergens van je gemaakt is.

IMG_1389

IMG_1337
Drukte voor de World Images Gallery

Ik vond het wel jammer dat een groot gedeelte van de dag opging aan wachten. En niet alleen voor de spectaculaire shows, waar de wachttijd soms boven het uur kwam, maar ook voor de garderobe, de koffie, het eten, de wc. Als we dat hadden kunnen verbeteren, dan was de beleving helemaal perfect geweest.

Efteling

Ik bedacht tijdens dat wachten dat Canon onderhand toe is aan een permanente belevingsmanifestatie, zoiets als LEGOland. We kunnen dat! We hebben inmiddels genoeg aansprekende technologie en toepassingen in huis voor een enerverend dagje uit. Van reizen in de tijd met beamers, via kleuren in de darkroom tot en met virtual reality reizen naar de meest unieke plekken op aarde. En daar weer foto, video en prints van maken. En de beamboxjes natuurlijk. Vraag de Efteling of zo voor de puntjes op de i wat betreft de beleving en wachtrij management. En je hebt iets waarmee je de naam Canon bij een breed publiek nog meer gaat resoneren.

Dan kunnen niet alleen de 15.000 die in Parijs waren, maar dan kan iedereen zien, voelen en beleven wat Imaging Experiences nu echt inhouden.

IMG_1286

Dit was deel 2 van het verslag, voor deel 1 klik hier.

En..hoe was het op de Canon EXPO 2015 ? (deel 1)

IMG_1196Lichtelijk opgewonden sta ik om half vier in de ochtend naast mijn bed: het schoolreisjesgevoel. Vandaag ga ik op en neer naar Parijs om de Canon EXPO te bezoeken. De vijfjaarlijkse eruptie van al het technologisch vernuft dat het Canon concern te bieden heeft. Het voelt nog wel erg vroeg en ik denk aan mijn vader die als bakker iedere ochtend op dit tijdstip opstond.

Ik ben dus blij bij Canon te werken en om precies om tien uur staan we in Parijs, voor de Grande Halle de la Villette. Alles ademt hier Come and See. Kosten noch moeite zijn gespaard. Ik voel wel een gevoel van trots als ik bij binnenkomst uitkijk over die enorme hal. Het megaconcern Canon etaleert hier zijn grootte én zijn visie op de toekomst. Wow!

IMG_1287

Image en Print

Hoe zit het dan met die visie op de toekomst? Die wordt vooral bepaald door twee woorden: Image en Print. Grote eilanden laten zien dat het Canon menens is om marktleider te blijven op het gebied van beeld. Op meerdere plekken worden de grenzen opgezocht van wat je met foto en video kunt doen. Hoge resoluties met 4K en 8K beelden die waanzinnig mooi zijn en zo scherp, dat ze bijna pijn aan je ogen doen. Een darkroom waar je geen hand voor ogen ziet, maar een camera – met de absurde ISO-waarde van 4 miljoen – nog wél kleuren kan zien. Professionele camera’s die qua pixels (250 megapixel !) en zoombereik hele nieuwe toepassingen mogelijk maken, bijvoorbeeld in de industrie en in robotica. Camera’s die beter textuur, vorm en kleur kunnen onderscheiden dan een mens. We zien door een enorme telelens hoe iemand helemaal aan de andere kant van de hal in zijn neus peutert, terwijl we de man met het blote oog nauwelijks kunnen onderscheiden. Allemaal fenomenale techniek.

IMG_1258Ook wenst Canon uit te stralen dat het in Print koploper is en wil blijven. Ook hier worden de uitersten opgezocht. Print voor hoge snelheden, voor groot formaat, verpakkingen, fotoboeken met waanzinnige kwaliteit, printen met reliëf en ga zo maar door. Het is druk in de hoek voor Super Creative Print, waar de schilderijen van Vermeer en Rembrandt het traditioneel goed doen. De 3D-stand is veel te klein voor de enorme hoeveelheid mensen die er een kijkje willen nemen, zodat de 3D-geprinte Gouden Rugby Worldcup voor de meesten verborgen blijft.

Het bleef mij overigens een raadsel waarom dat 3D-eiland zo klein was, ongeveer tien keer zo klein als dat voor Mixed en Virtual Reality waar ik het in deel 2 van dit blog over ga hebben. Misschien dat Canon terughoudend was omdat het nog geen eigen technologie liet zien, maar de belangstelling van het publiek maakt duidelijk dat men wel op zoek is naar die 3D-beleving.

3D

Netwerkcamera’s

Daarentegen kon je wel prima zien dat Canon hele grote plannen heeft met netwerkcamera’s. Het eiland was mega-groot en de toepassingen omvangrijk. Ik was verrast door camera-systemen die voortdurend en realtime de drukte op de stand meten en daar allerlei analyses op loslaten. Men kan van iedereen bij binnenkomst meteen een schatting van leeftijd en geslacht maken. Het is hilarisch om te zien dat bezoekers elkaar verdringen om hun leeftijd te checken. Heel diplomatiek wordt iedere bezoeker te jong geschat, ik was de hele dag tussen de 45 en 48 jaar. Alleen mijn mannelijke collega was een meisje, dat zal toch niet komen door die paarse blouse?

IMG_1342
Als je dit soort dingen allemaal kunt registreren, dan kun je daar natuurlijk hele mooie toepassingen voor bedenken. Veel van die applicaties waren te bewonderen op het eiland voor Retail. Hier toonde men een live weergave van de bezoekers in de winkel, compleet met analyse welke kant ze opkijken en hoe hun looppaden zijn. Klik hier voor een kort filmpje. Niet alleen voor retail geschikt natuurlijk, maar ook voor mensenstromen in gebouwen, voetbalstadions en de openbare ruimte zijn dit toepassingen die het verschil kunnen maken.

ijsjes retail

Het was jammer dat de Retail-stand een beetje rommelig toonde, want er stonden veel leuke zaken. Zoals een collaboratiesysteem waar je op twee verschillende plekken op interactieve schermen met elkaar kunt samenwerken. Het zag er allemaal nog wat kunstmatig uit, maar het geeft wel aan dat interactieve projectie een schier onuitputtelijke hoeveelheid producten en oplossingen gaat opleveren. Ook leuk was 3D-projectie waar je kon zien hoe kleren staan, in dit geval een wielershirt. Heel grappig was ook de interactieve vloerprojectie bij de ingang van de Retail-shop. Met goede animaties trek je zo bijna letterlijk mensen je winkel in.

IMG_1311

Zorg

Een prachtig steriel ogend, wit eiland laat Canon’s producten voor de toekomst van Zorg zien. Voor een leek is het nog moeilijk er lijn in te ontdekken en de business lijkt nog in opbouw. Maar met gebruik van optische-, laser- en röntgentechnologie kan Canon op een aantal gebieden baanbrekend werk verrichten. Een nieuwe foto-akoestisch apparaat voor mammografie zonder pijn lijkt mij voor vrouwen aangenaam, zeker als de diagnose nog beter is dan met traditionele CT-scan. Er was een lange rij belangstellenden voor het doormeten van het oog, waarbij door combinatie van laser- en andere optische technologieën een ongekende mate van detail van het netvlies kan worden weergegeven. Ik denk dat er een aantal met de foto meteen naar hun oogarts is doorgelopen…

IMG_1230

Canon lijkt zijn expertise op het gebied van imageprocessing en 3D-technieken langzaam maar zeker ten dienste te willen stellen van betere diagnose in de Zorg. Volgens mij hebben we hier nog maar het prille begin gezien van al wat mogelijk is.

Oh ja, en er lag ook nog een baby in een couveuse. Die lag daar gelukkig slechts als onderdeel van een demo voor minder belastend CT-onderzoek met een hi-tech mobiele unit die tot 30% minder stralingsbelasting geeft. Was wel een kek karretje. Kon 5,5 kilometer per uur halen, riep een vriendelijke collega ons nog na.

IMG_1223

Tot zover het eerste deel van mijn blog over de Canon EXPO. Lees door in deel twee met onder andere meer:

  • interactieve beamers, wat kun je daar toch veel leuks mee doen
  • Mixed en Virtual Reality, om misselijk van te worden
  • de Education stand, trots op collega’s Peter en Sandra
  • Services en Solutions, zonder namen te noemen
  • conclusie, het was indrukwekkend, maar was het nu een belevenis of niet?

Aan het einde van de dag passeerden we nog even de 3D-stand en was het er eindelijk iets minder druk. Konden we toch nog even een glimp opvangen:

IMG_1348

Ga verder naar deel 2 van dit blog.

Nog een wereld te winnen voor 3D-printing

3D-printen is hot. Maar als we door de hype heen kijken, hoe gaan de 3D-printers de komende jaren ons leven echt veranderen? Onlangs kreeg ik op de TU Delft een rondleiding van professor Jo Geraedts in zijn 3D- en robotlab. Hoever staan we af van de definitieve doorbraak?

Jo_Geraedts_-_zebra
Prof. dr. ir. Jo Geraedts

Geraedts verwacht om te beginnen niet dat we over tien jaar allemaal een 3D-printer in huis hebben. “Die staat dan waarschijnlijk wel bij de Gamma of Hubo. 3D-printen is geen zaak voor thuis voorlopig. Op dit moment zijn er al 40 verschillende technologieën in de wereld en dat aantal is nog groeiende. Je kunt dus eerder verwachten dat er service centers zijn die op meerdere manieren kunnen printen. En dat de volgende dag thuisbezorgen. Zoiets.” De echte doorbraak aan de gebruikerszijde verwacht hij als er nieuwe software op de markt komt die het driedimensionaal ontwerpen en modelleren op een uiterst gebruikersvriendelijke wijze de huiskamer inbrengt. Vele bedrijven werken hier aan, maar je weet nooit of de echte doorbraak komt van een gevestigde partij zoals AutoDesk of van een nog onbekende start-up.

In zijn lab wordt heel veel onderzoek gedaan met diverse types printers en – vooral – materialen. Onderzoek naar 3d-printen is vooral materiaalonderzoek, heel veel materiaalonderzoek, leer ik. En niet alleen de eigenschappen van het materiaal zelf tellen, ook bijvoorbeeld de richting en de snelheid van de printkop heeft gevolgen voor de kwaliteit van het geprinte product. Zoals stijfheid, sterkte, hardheid. Daar moet je allemaal rekening mee houden, bijvoorbeeld bij het printen van protheses. Hij laat me een prothese zien waarbij ieder stukje een andere hardheid heeft. Precies zoals je bij een goed zittende en goed functionerende menselijk hulpstuk zou willen zien.

“De echte waarde van 3D-printen is dat je producten kunt maken die je nooit eerder kon maken.”

Er is dus heel veel kennis van materialen nodig. En dan hebben ze het in Delft nog niet eens over ontwikkelingen binnen de biotech en of over het verschijnsel 4D-printen. Jo Geraedts maakt een interessante vergelijking met de kleurenprinter. “Bij een inkjetprinter heb je vier kleuren nodig om -wat is het -16 miljoen verschillende kleuren op papier te kunnen printen. Het ultieme doel voor een 3D-printer is dat je met maar een beperkt aantal basismaterialen, een schier oneindige hoeveelheid en variëteit aan producten zou kunnen maken. Materiaal dat geleidend is of juist niet, magnetisch, hard of zacht, oplosbaar, lichtdoorlatend, drukgevoelig en ga zo maar door. De echte waarde van 3D-printen is dat je producten kunt maken die je nooit eerder kon maken.”

delft io

Om dat allemaal mogelijk te maken, staat er ook een batterij aan opstellingen voor 3d-scannen. Bijvoorbeeld een scanner met 28 camera’s waar je binnenkort op de Dutch Design week je hand in kunt steken en die een uiterst nauwkeurig digitaal 3D-model levert. Of je de hand nu perfect stilhoudt of niet, daar corrigeren de algoritmes wel voor. Ook maakt hij gebruik van CT-scanners, want een prothese moet niet alleen passend zijn, maar ook aansluiten op bot- en weefselstructuur. Het is duidelijk dat met 3D-printen een nieuwe wereld is opengegaan voor materiaalonderzoek en -ontwikkeling.

Verderop lopen we tegen een perfecte replica aan van Rembrandt’s Joods Bruidje. Onderzoek dat wordt gedaan in samenwerking met Canon/Océ en musea. Het is even eng om met je hand over zo’n beroemd schilderij te gaan, maar het is fascinerend om de penseelstreken te voelen precies zoals Rembrandt ze heeft gezet. Voor een paar duizend euro heb je zo’n perfecte 3D-kopie. Ook hier moet nog heel veel materiaalonderzoek worden gedaan om het nog beter te maken. Met name de vernislaag is vaak het piece-de-resistance.

IMG_2109

We schudden even later de hand van een 3D-geprinte robothand die pneumatisch wordt gestuurd. Hoe harder we knijpen, des te harder duwt hij terug. Naast 3D-printen doet Geraedts ook onderzoek naar robots dus. Daar heeft hij een uitdagende stelling over. “Succesvolle toepassingen van robots zijn daar waar je een soort meester-gezel relatie kunt opbouwen. Je doet de robot wat voor, en die doet het na en gaat door voortdurend leren het steeds beter doen.” We moeten dus robots als collega’s gaan zien met een enorme winst voor de arbeidsproductiviteit. “Geheel autonome robots in een zorgtehuis werken niet.” Het is ook de reden dat men in Delft veel onderzoek doet naar juist die menselijke interactie met robots.

“Uiteindelijk is het slimmer om tientallen robots gezamenlijk een taak te laten uitvoeren, dan één grote complexe robot de gehele taak.”

Hoe ingewikkeld al die robots er ook uit mogen zien, in het hart zijn ze allemaal hetzelfde, allemaal dezelfde digitale componenten. We zien dus steeds meer open source software opkomen om die robots te bedienen en te programmeren. Geraedts trekt hier een vergelijking met de PC-revolutie. Dat doet hij ook nog in een ander opzicht, want hij gelooft in decentralisatie. Uiteindelijk is het slimmer om tientallen robots gezamenlijk een taak te laten uitvoeren, dan één grote complexe robot de gehele taak.

Ik mocht een middagje rondwandelen in een andere wereld, met een professor die daar een eigen prima kijk op heeft: de hype voorbij. De uiteindelijke waarde van 3D-printen zit maar ten dele in het terughalen van de productie uit China of het op maat maken van productie. Dat is belangrijk, maar de echte doorbraak zit vooral in nieuwe materialen, die nieuwe designconcepten mogelijk maken en dus producten die we ons nu nog niet kunnen voorstellen. Het zit in gedecentraliseerde legers van robots, de nieuwe productieconcepten faciliteren die onze fantasie voorbij gaan. Het komt er allemaal aan, maar heeft nog heel wat investeringen en tijd nodig. Tijd van onderzoek en ontwikkeling.

Datasexueel

Ik zal maar met de deur in huis vallen, ook ik ben datasexueel. Mijn apps meten echt alles: waar ik ben geweest (Moves), of ik goed heb geslapen (UP), hoe hard ik heb gelopen (Runkeeper) en ga zo maar door. Mijn telefoon draait overuren om alles te registeren en haalt het einde van de dag niet zonder tussendoor te worden opgeladen.

Mijn vrouw krijgt sinds kort de vraag hoe het is om met een datasexueel getrouwd te zijn. Ze kan er prima mee leven, zolang de door mij gebruikte apparatuur niet te veel uitsteeksels heeft die haar in knusse momenten zouden kunnen beschadigen. In die zin is mijn nieuwe meet- en weetarmbandje Jawbone up3 niet direct een aanrader: de sluiting heeft scherpe randjes.

Is het erg om datasexueel te zijn? Aan de ene kant niet. Het is leuk om je gewicht te zien dalen, of om vast te stellen dat je langer en sneller kunt lopen. Ook gaan we ’s avonds soms nog een blokje om, zodat ik precies mijn stappendoel kan halen. Allemaal erg nuttig, lijkt me.

Aan de andere kant ben ik natuurlijk de gedroomde klant voor de Facebooks en Googles van deze wereld. Want natuurlijk log ik overal in met mijn social account, zodat het voor Mark Zuckerberg een fluitje van een cent is om mij een beetje in de gaten te houden. Zijn algoritmes doen mij vandaag aanbiedingen die passen bij een goed humeur, omdat ik vannacht goed heb geslapen.

Ik heb de marktwaarde van Google en Facebook eens gedeeld door het aantal actieve gebruikers. Per persoon hebben we in Nederland al zeker € 1000 voor die jongens bij elkaar geklikt. En ik als datasexueel ben zeker goed voor een paar duizend euro, want ik klik en swipe niet alleen. Nee, ik ben transparant in heel mijn doen en laten. Door nog meer wearables, nog meer internet-of-things gekoppelde koelkasten en straks zelfrijdende auto’s, jagen we de inkomsten van deze supernerds naar nooit eerder vertoonde en wat mij betreft onverantwoorde hoogtes.

Mijn UP-app vertelde mij vanochtend dus dat ik goed had geslapen. Bijna acht uur lang, waarvan maar liefst 2 uur 46 minuten REM-slaap. UP adviseerde mij daarom om iets creatiefs te gaan doen op deze dag. Vandaar deze column waar ik zeker niet rijk van word.

Maar Mark Zuckerberg wel, die wordt slapend rijk van zijn gedroomde datasexuele klanten.

IMG_2090

Afgelopen nacht. Heerlijk geslapen.

Maatpakken?

Burgemeester Aboutaleb deed afgelopen zondag bij Zomergasten de uitspraak dat we over een paar jaar 3D-gescand worden en ons maatpak vervolgens ter plekke wordt geprint. “Nee, ik vergis me niet, ik zei printen.” Op menig seminar hoor ik trendwatchers verklaren dat over vijf jaar drones de pakketjes bij ons thuisbezorgen. En dat we ons over tien jaar allemaal verplaatsen in zelfrijdende auto’s.

Schoolklas

En toch weet je bijna zeker dat het nooit precies zo zal uitpakken. Ten eerste worden we beperkt door onze lineaire – en vaak ook utopische – projecties van nieuwe technologische mogelijkheden. We plaatsen nieuwe technologie in het hedendaagse tijdbeeld. Ten tweede weten we nooit hoe de factor mens zijn invloed zal doen gelden. De veranderingen op systeemniveau zijn moeilijk te overzien. En dus is het nog maar de vraag of we over tien jaar onze auto’s allemaal zelf rijden.

Eén schoolklas zou voldoende moeten zijn om het verkeer in een hele stad plat te leggen.

Natuurlijk heeft Google nu al van die auto’s door Amerikaanse straten rijden, maar dat is één zelfrijdende auto op miljoenen gechauffeerde wagens. Maar hoe ziet een totaalsysteem van zelfrijdende auto’s eruit? Ieder kind zal snel doorhebben dat een zelfrijdende auto altijd vanzelf remt als het oversteekt. Omdat deze auto’s ook keurig afstand houden en op tijd voor elkaar stoppen, zou één schoolklas voldoende moeten zijn om het verkeer in een hele stad stil te leggen. Op systeemniveau zal dat er dus anders uit moeten gaan zien. Nog los van het feit dat tegen die tijd de maatschappij wellicht radicaal anders is ingericht.

Mensen kunnen lastig grote systeemveranderingen overzien. We hebben moeite om door disruptie en faseovergangen heen te kijken. Het is met die zelfrijdende auto’s een beetje alsof je met de wetten van de vloeistofdynamica de gasvormige fase wil beschrijven. Dat gaat niet. Soms heb je wetten van hogere thermodynamische orde nodig.

Post-kapitalisme

We zitten momenteel midden in wellicht de meest disruptieve overgang ooit: de overgang van lokaal geïnstalleerde technologie naar cloud. Een immense systeemverandering die moeilijk door het menselijk brein te vatten is. Ik lees de laatste weken veel over theorieën om deze verandering op systeemniveau te begrijpen en in kaart te brengen.

Paul Mason
Paul Mason

Een erg goed artikel stond vorige week in de Guardian: “The end of Capitalism has begun”. In dit artikel over het nieuwe boek van Paul Mason wordt gepoogd de systeemverandering uit te leggen als een overgang van het  kapitalistische systeem naar het post-kapitalisme tijdperk. In het kort komt het erop neer dat we met zijn alle krampachtig de vernieuwingen van global computing en big data in het ons bekende kapitalistische systeem willen persen. Dat gaat op den duur niet en er ontstaat een maatschappelijk en economisch kruitvat dat wacht op het aansteken van de lont. Dat zal pas de echte disruptie gaan veroorzaken waarbij producten, diensten en organisaties niet meer het dictaat van de markt of de organisatorische hiërarchie volgen.

De Griekse economie vertoont nu al de eerste kenmerken van het post-kapitalisme

In het artikel worden ook de eerste contouren van die nieuwe orde geschetst. Fascinerend. En passant werd ook nog beweerd werd dat de getroffen Griekse economie nu al de eerste kenmerken van deze post-kapitalistische deeleconomie vertoont. Met nieuwe parallelle betaalsystemen en verregaande vormen van sociaal delen, zoals auto’s, kinderopvang en zorg. Geheel in lijn met wat de belangrijkste assets van de post-kapitalistische economie lijken te zijn: vrije tijd, sociale netwerken en ‘free stuff’.

Maatpak

In die economie worden echt niet alle pakketjes met drones bij u thuis gebracht. Los van het feit dat met al die drones in de lucht er een fors veiligheidsissue ontstaat, omdat we nooit kunnen zien van wat pakketjes en wat bommen zijn. Maar belangrijker, in de post-kapitalistische maatschappij gaan we veel meer spullen hergebruiken en delen.

En ik durf ook te voorspellen dat we ook geen maatpakken meer nodig hebben: want hoorden die niet bij uitstek bij het kapitalistische tijdperk?

Dikke tong

De eerste les van dit verhaal is dat je nooit zonder te kijken een slok witte wijn moet nemen. Ik dacht eerst dat ik een stukje kurk in mijn mond had. Maar het was een wesp die meteen in mijn tong stak.

Marja reageerde kordaat met de Aspivenin, zo’n uitzuigapparaatje voor insectenbeten. Die hebben we de laatste jaren op bijna al onze lichaamsdelen uitgeprobeerd, maar mijn tong is zeker het pijnlijkste plekje tot nu toe. Maar de zwelling ging zo snel dat ik aan deze marteling niet ontkwam.

Door de telefoniste van de huisartsenpost werd ik op code geel gezet. Ik ‘mocht’ meteen komen, maar ‘mocht’ niet zelf rijden. Ze gebruiken daar het woord mogen in alle mogelijke interpretaties door elkaar. En dus ‘mocht’ Marja vijf minuten later met mij en met 80 kilometer per uur over de Tilburgse ringbanen scheuren.

De tong werd steeds dikker en heel vreemd: ik voelde mijn tanden en kiezen groeien. Blijkbaar werken die zenuwen in de tong zo dat als ze verder uit elkaar worden gedrukt, ze denken dat je tanden groter worden. Tot zover deze fysische beschouwing.

Met mijn gele indicatie ‘mocht’ ik meteen door naar de dienstdoende arts, die er gelukkig relaxed onder bleef. Ze legde me op de behandeltafel met een stuk ijs in mijn mond. Mijn tong was weliswaar heel erg dik, maar ik kon nog ademhalen, dus de paniek was niet zo nodig.

En als het erger werd? Dan gaf ze me een injectie Adrenaline. Adrenaline? Datzelfde spul dat ik ook bij ieder optreden door mijn lijf voel? Daar krijg ik dus niet alleen een scherpere tong van, maar dus ook een dunnere? Kijk, dat vond ik heel bijzonder.

Bij de volgende wespensteek ga ik gewoon optreden. Dat doe ik toch al volgens Marja, want zoals alle mannen speel ik overdreven toneel als mij wat overkomt. Alsof ik door een wesp word gestoken.