Columns

Duizend rondleidingen in de Tilburgse LocHal: wie geeft die planten daarboven water?

De LocHal in Tilburg won al vele prijzen en is nu zelfs het ‘World Building of the Year 2019‘. Samen met zo’n twintig andere vrijwilligers van de Bibliotheek Midden-Brabant hebben we dit jaar al tegen de duizend groepen rondgeleid. Het is een leuke bezigheid, want de verbazing van onze gasten is groot. Waarover verwonderen ze zich en wat willen ze weten?

Hefkraan, trappenlandschap en textiele wanden in de LocHal (foto Braaksma en Roos)

Ik begin mijn rondleiding graag onderin de hal waar je een prachtig zicht hebt op het immense trappenlandschap en de textiele wanden, de indrukwekkende staalconstructie en hoogte van de hal. “18 meter hoog? Het lijkt veel hoger.” De indrukwekkende hefkranen zijn de stille getuigen van het oorspronkelijk gebruik van de hal als revisiewerkplaats voor locomotieven. Deze eerste kennismaking is vaak raak. Zeker als ik mijn gasten laat raden naar het gewicht van zo’n stoomloc. Ruim 120 ton locomotief werd moeiteloos door de hal verplaatst. “Zo, zo.”

Stoomlocs

De LocHal is dus in 1932 gebouwd voor stoomlocomotieven. Toen was het top-of-the-bill staalbouw waarvan de constructie nog helemaal is te zien. Nu is het gebouw hét icoon van de herontwikkeling van de Spoorzone, een gebied ten noorden van het Centraal Station van Tilburg. De Bibliotheek Midden-Brabant, Seats2Meet en KunstLoc Brabant zijn de huidige bewoners.

Zwerven door de LocHal (foto: Ossip van Duivenbode)

Honderden foto’s

Terwijl we een uur lang door het gebouw zwerven (dan heb je nog lang niet alles gezien), neemt de verbazing alleen maar toe. Over de levendigheid in de hal (“meer dan 300 werkplekken?”), over de verschillende lab-werkplaatsen (“mag je daar gratis gebruik van maken?”), over de boeken aan het plafond in het Woordlab (“hoe blijven die hangen?”), de akoestiek van de Glazen Zaal (“even samen zingen?”). Op ieder punt heb je een totaal ander zicht op het complex. Mensen blijven rondkijken en foto’s maken. Honderden foto’s. Het maakt mij niet uit, het is het feestje van mijn gasten.

Het Woordlab (foto: Ossip Architectuurfotografie)

Huiskamer van de stad

Ik vertel ondertussen over het harde werk vroeger en de raakvlakken tussen de spoorwerkplaats – ‘Dun Atelier’ – en de Tilburgse textielindustrie. Dan staan we stil bij de grote textiele wanden in de hal (“hoe gaan die open en dicht?”). De wanden zijn functioneel voor het huidige gebruik van de hal: een platform van kennisdelen en kennismaken. Ook wel de ‘Huiskamer van de Stad’, zoals de gemeente Tilburg het graag etaleert. Of de ‘Kathedraal van Kennis’, zoals mede-architect Francine Houben het bij voorkeur noemt. En zo kennen we inmiddels heel veel typeringen voor Tilburgse nieuwste trots.

Time lapse van verschuiving van de textiele wanden in de LocHal Tilburg

Natte of droge Sprinkler?

En wat voor groep ik ook heb – van accountmanagers tot de leesclub, van burgemeesters tot verloskundigen – het is opvallend dat altijd dezelfde vragen van verbazing komen. Met stip op één: “wie geeft die planten daarboven water?” Maar ook: “hoe verwarm je zo’n immens gebouw?” en “is het wel duurzaam?” En vooral: “wat kost dit allemaal wel niet?” en “wie heeft dit allemaal betaald?” En iedere rondleiding is er ook weer iemand met een vraag waar ik het antwoord niet op weet: “hebben jullie een natte of droge Sprinkler installatie?” Dat vraag ik dan na en zo wordt het steeds leuker.

Rondleiding meemaken?

Mocht je geïnteresseerd zijn in het antwoord op alle bovenstaande: boek ook een rondleiding! Dat kan een betaalde rondleiding zijn voor groepen van 2 tot zoveel je wilt. Ook kun je aansluiten bij de gratis rondleidingen die een paar keer per week plaatsvinden en die u hier vindt. Ik zie je heel graag binnenkort in de LocHal in Tilburg, Naast het station, dus.

Hieronder een rondleidingsfilmpje dat ik zelf maakte.

Britt Hupkens promoveert op orgaanbesparing bij endeldarmkanker: “langer wachten loont”

Britt Hupkens deed promotie-onderzoek naar orgaanbesparende behandeling van endeldarmkanker. Ze keek naar aspecten als: wie komt ervoor in aanmerking, hoe is de kwaliteit van leven en wat zijn de kosten vergeleken met traditionele behandelingen? Op 29 november hoopt ze in Maastricht te promoveren op hoopvolle resultaten voor Wait & See.

Na een lange chemo-radiatie (vaak 5 weken) wordt er bij endeldarmkanker zo’n 6 tot 10 weken gewacht om te beoordelen hoe de reactie van de tumor is. In Nederland is het inmiddels gebruikelijk dat patiënten met een complete respons (geen tumor meer waar te nemen) dan opgenomen worden in het Wait & See programma. Britt heeft nu onderzocht of het zinvol is om bij mensen met een ‘bijna complete’ respons langer te wachten en niet meteen te opereren. En inderdaad blijkt het zinvol te zijn om niet 6-10, maar in die gevallen nog 6-12 weken langer te wachten. Veel mensen ontwikkelen dan alsnog een complete respons en het oncologisch toekomstperspectief lijkt voor hen niet te verslechteren. Dus niet meteen opereren lijkt in die gevallen een veilige optie. Dat houdt in dat steeds meer mensen in aanmerking zullen komen voor Wait & See.

Bericht in Telegraaf over Wait &See (link naar bericht)

Kwaliteit van leven

Een groot stuk van Hupkens’ promotieonderzoek gaat over kwaliteit van leven van Wait & See patiënten in vergelijking tot standaard chirurgie. En wat blijkt? Patiënten met Wait & See hebben gemiddeld een betere kwaliteit van leven op bijna alle onderzochte gebieden: algemene gezondheid, ontlasting, seksuele- en urinefuncties.

Uit het onderzoek kwam wel naar voren dat veel Wait en See patiënten op de langere termijn vervelende gevolgen van de bestraling hebben. Een derde heeft zelfs ernstige LARS-klachten (Low Anterior Resection Syndrome) als gevolg van de bestraling. Terwijl in totaal twee derde van alle W&S-patiënten op de langere termijn klachten bij ontlasting houdt: moeilijk ophouden en clustering. Hieruit kunnen we dus concluderen dat voor heel veel patiënten bestraling op de langere termijn nadelige uitwerkingen heeft op de functie van de endeldarm. Daarom moet in andere studie meer inzicht verkregen worden in de gevolgen van bestraling op het latere functioneren van de darm.

Britt Hupkens

Kosten

Over de kosten van Wait & See bij endeldarmkanker kunnen we kort zijn. Stelling vier in het proefschrift van Britt Hupkens luidt onomwonden:

De ziekenhuiskosten voor behandeling van het rectumcarcinoom lijken met het invoeren van het ‘watch and wait’ beleid lager te zijn dan wanneer iedereen behandeld zou worden met TME-chirurgie na de chemo-radiatie.

En nu we het toch over stellingen hebben. Stelling zeven in het proefschrift is een fraai citaat van een patiënt in het Wait & See onderzoek:

Nooit gedacht dat je meer leven kunt krijgen door bestraling en chemo

Djenné Fila debuteert met jeugdboek over Griekse mythe

Nadat Djenné Fila met mijn boek Dom geluk, vette pech al haar eerste volwassenenboek illustreerde, debuteert ze vandaag met Het beest met de kracht van tien paarden. Het boek is geschreven door de bekende kinderboekenschrijfster Lida Dijkstra, die Djenné koos als illustrator. Voor haar debuut reisde ze zelfs naar Griekenland om inspiratie op te doen én om te zorgen dat alle details kloppen.

Het Beest met de kracht van tien paarden is een wervelend verhaal over helden en antihelden, tragische gebeurtenissen en een liefdesgeschiedenis die sterker is dan het noodlot. Schrijfster Lida Dijkstra werd al eens bekroond met een Vlag en Wimpel en ontving een nominatie voor de Woutertje Pieterse Prijs 2017. Haar nieuwe boek is wederom een pareltje onder de jeugdboeken en bedoeld voor jongeren vanaf 13 jaar.

Illustratie uit het nieuwe boek.

Prijzen

De Tilburgse Djenné Fila (24) studeerde pas twee jaar geleden af aan de kunstacademie maar heeft al meerdere publicaties op haar naam staan, waarmee ze ook prijzen won. “Dit was toch wel een hele grote uitdaging: hoe zou ik de grote en meeslepende scenes in het verhaal uitnodigend kunnen verbeelden en de wervelende tekst tot zijn recht laten komen? In Griekenland kreeg ik voldoende inspiratie en koos voor verschillende illustratiestijlen bij de twee verhaallijnen.”

Uiteindelijk leverde de illustrator vijftig markante tekeningen aan bij de uitgever. De voorkant van het boek met het grote zwarte beest zet meteen de toon. Binnenin wisselen spannende zwart-wit illustraties af met prachtige fullcolour platen over de volle breedte. In Griekse musea maakte ze honderden foto’s, zodat zelfs kleine details op de vazen historisch correct zijn. “Lida is van huis uit kunsthistorica. En alhoewel de verbeelding voor mij erg belangrijk is, het moest wel allemaal kloppen, vond ik zelf.”

Brabants Dagblad

Djenné is trots op het resultaat. In haar thuisatelier zegt ze: “uitgever Luitingh-Sijthoff wilde er een uitnodigend cadeauboek van maken om jongeren aan het lezen te krijgen. En dat is volgens mij gelukt. Het was een hele ervaring om met zo’n gelouterde schrijfster en gerenommeerde uitgever te mogen samenwerken.” Die opgedane lessen neemt Djenné mee bij het illustreren van haar tweede boek De Vuurvogel, dat in het voorjaar van 2020 gaat verschijnen. Voor dat boek werkt ze overigens samen met Bette Westera, die al eens een een Gouden Griffel won.

Het AD/Brabants Dagblad besteedde op 26 november 2019 in een artikel ruime aandacht aan Djenné en haar werk.

Djenné Fila

Djenné Fila (1995) is illustrator. Ze studeerde in 2017 cum laude af aan de AKV St. Joost te Breda en volgde een minor aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Djenné won in 2018 de tweede prijs en de publieksprijs bij de internationale Boekieboekie Startaward. Voor een videoportret: https://vimeo.com/297494680

Friese lotgenoten praten over Wait and See

Op 14 november 2019 had Medisch Centrum Leeuwarden  (MCL) de primeur van het eerste patiënten symposium voor het Wait and See traject bij endeldarmkanker. Initiatiefnemer en patiënt Jappie Dijkstra had maar liefst honderd Friese lotgenoten en hun partners opgetrommeld. Zij deelden deze avond hun ervaringen en werden door artsen bijgepraat over de laatste ontwikkelingen. En ook ik mocht mijn verhaal over ‘Dom geluk en vette pech’ vertellen.

IMG_2507
Initiatiefnemer Jappie Dijkstra

Dijkstra vertelde in een heel persoonlijk verhaal over zijn eigen ‘dom geluk’. Hoe hij ondanks de nadelen van de behandelingen – vermoeidheid en huidproblemen – zeer happy was met zijn Wait and See traject. Maar dat hij ook graag wilde leren van de ervaringen van anderen en daarom deze avond had georganiseerd. Volgens dagvoorzitter Frits Mostert van het MCL was het een unicum dat een dergelijke patiëntavond door een patiënt tot stand was gebracht.

De Leeuwardse chirurgen Sietze Koopal en Christiaan Hoff lichtten de stand van zaken bij de behandeling van rectumkanker toe. Ik was onder de indruk van hun heldere presentaties over de geschiedenis van de behandeling van rectumkanker en de nieuwe ontwikkelingen. De ‘sectie Leeuwarden’ was in 2012 één van de eersten met Wait en See. Inmiddels heeft men in het Noorden meer dan 100 Wait en See’ers, van de ongeveer 350 in geheel Nederland.

Chirurg Hoff benadrukte dat de bijeenkomst ook bedoeld was om de informatiebehoefte van patiënten te verkennen. Ondanks  alle folders, websites en gesprekken wil men investeren om met patiënten samen betere informatie en zorgtrajecten te gaan aanbieden.

landelijke centra
De landelijke centra voor Wait en See in Nederland en België

Niet opereren

Hoff en Koopal kunnen dus bogen op een enorme ervaring en ze stelden in hun presentaties het toekomstig doel van Wait and See bij. “We willen Wait en See ontwikkelen. Van de oude insteek Waarom zou je opereren als je denkt dat alles weg is? naar onze nieuwe missie Niet opereren tenzij je zeker weet dat er (nog of weer) wat zit.” Dit is goed nieuws voor vele patiënten met endeldarmkanker. De kansen om minder gehavend uit de strijd te komen worden steeds groter.

Dom geluk of vette pech

Als één van de eerste Wait en See’ers in Nederland, mocht ook ik mijn verhaal doen. Het was bijzonder om een keer een presentatie voor deze groep mede-geluksvogels te houden. Samen konden we nog eens vaststellen hoeveel geluk we echt gehad hebben. Het filmpje van mijn boekpresentatie met Maarten van der Weijden viel bij de Friezen helemaal in de smaak. Maarten is aldaar een enorme held. Maar de echte held van deze avond was toch Jappie Dijkstra. Hij had met een knipoog naar mijn boek Dom geluk, vette pech in de pauze zelfs gezorgd voor appelgebak met slagroom.

IMG_0380 (1)
Paneldiscussie. vlnr Harrie Keusters, Jappie Dijkstra, Sietze Koopal en Christiaan Hoff

Nieuwsbrief

In de paneldiscussie na afloop werd het idee gebeuren voor een halfjaarlijkse nieuwsbrief voor alle Wait en See patiënten. Ik heb de zaal toegezegd dat ik het initiatief zal nemen om tweemaal per jaar een overzicht te maken van actuele ontwikkelingen en dat dat via de ziekenhuizen en rechtstreeks beschikbaar te stellen voor alle patiënten in Nederland. U kunt uw interesse nu al kenbaar maken met een mail naar domgelukvettepech@gmail.com. We noteren u dan alvast voor de nieuwsbrief.

 

‘Kanker is strijd, maar vooral dom geluk of vette pech’

Maarten van der Weijden neemt boek van mede-geluksvogel in ontvangst

Tilburger Harrie Keusters (59) presenteert op 5 oktober 2019 zijn tweede boek over endeldarmkanker: Dom geluk, vette pech. Ieder jaar krijgen meer dan 5.000 Nederlanders de diagnose endeldarmkanker en zij moeten binnen korte tijd levensbepalende beslissingen nemen over de behandeling. Keusters wil hen met dit boek helpen, ondanks de onvoorspelbare factor geluk of pech. Maarten van der Weijden voelt zich verbonden met de titel van het boek en komt naar Tilburg om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen.

In 2013 krijgt Keusters de diagnose endeldarmkanker. Over zijn ervaringen schrijft hij het boek Nooduitgang (2014, derde druk), maar Keusters komt er gaandeweg achter dat zijn successtory maar een gedeelte van het verhaal vertelt van deze vorm van kanker. Of zoals een arts tegen hem zegt: ‘Zoveel geluk als u hebben maar weinigen.’

IMG_7466
Harrie Keusters en prof. Geerard Beets

In Dom geluk, vette pech reizen we met Keusters mee op zijn vervolgtocht door ‘endeldarmland’, op zoek naar lotgenoten en hun keuzes. Maar ook wil hij weten hoe artsen en verpleegkundigen naar de behandelopties kijken. Onderweg haakt professor Geerard Beets van het Antoni van Leeuwenhoek aan. Beets over het boek: ‘Het maakt helder in welke moeilijke afwegingen we patiënten vaak mee moeten nemen.’

Harrie Keusters schrijft indringend en toch luchtig over duivelse dilemma’s voor patiënten. Terwijl je blijft lezen om te weten hoe het verhaal afloopt, komen ongemerkt alle thema’s van endeldarmkanker voorbij. Het boek overstijgt daarmee het reguliere ervaringsverhaal en biedt een combinatie van onderhoudend en informatief. Voor zorgprofessionals, patiënten en de mensen om hen heen. Djenné Fila liet zich voor de illustraties inspireren door de vaak aangrijpende maar op zijn tijd ook humoristische verhalen.

Amsterdam City Swim 2016
Maarten vd Weijden

De titel van het nieuwe boek is geïnspireerd op het motto van Maarten van der Weijden: ‘Tegen kanker kun je niet strijden, je moet vooral geluk hebben’. Van der Weijden en Keusters denken hetzelfde over ‘geluk en pech’ en willen zich als geluksvogels – ieder met hun eigen kwaliteiten – inzetten om levens van lotgenoten te verbeteren. Maarten van der Weijden komt op 5 oktober naar Tilburg om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen.

 

Boekcover Domgelukvettepech_3DDOM GELUK, VETTE PECH, ervaringen bij endeldarmkanker

Uitgeverij Scriptum

ISBN 978 94 6319 189 0

Verschijnt 5 oktober 2019, € 18,50

https://www.scriptum.nl/boeken/dom-geluk-vette-pech/

 

Patiënten endeldarmkanker delen hun ervaringen

Endeldarmkanker is een nare ziekte.

Het is een vorm van darmkanker, maar de lastige plek van de tumor maakt diagnose, behandeling en operatie lastiger dan bij kanker in de dikke darm. En dan kom je snel  in complexe afwegingen over bestraling, operatie, stoma, kwaliteit van leven en overleven. Vaak zijn het duivelse dilemma’s.

Odin: “Maar-ik-wil-nog-steeds-geen-stoma!”

Een chirurg zei me ooit: “Eigenlijk heeft een patiënt met endeldarmkanker iets meer pech dan eentje met dikke-darmkanker in hetzelfde stadium. Het is daaronder allemaal zo verdomd complex. Bij vrouwen is de endeldarm als een sandwich ingeklemd tussen het heiligbeen en vagina. Bij mannen zit ie tussen heiligbeen en prostaat gepropt. Je kunt er dus gewoon moeilijk bij.  En dat wreekt zich bij diagnose en behandeling.”

Sjanny: “Ik wilde nog geen keuzes maken die niet goed voelden. Ik trapte op de rem.

Dan blijkt die nauwe ruimte ook een druk verkeerskruispunt blijkt te zijn van veel verschillende en belangrijke structuren. De bloedvaten naar de benen en buikorganen vechten hier om ruimte met de zenuwen die de urineblaas, geslachtsdelen en continentie regelen. Opereren is dan risicovol.

mdo
Multi Disciplinair Overleg in ziekenhuis

Ieder jaar krijgen in Nederland zo’n 5000 mensen de diagnose endeldarmkanker. De meesten moeten vroeg in de behandeling grote keuzes maken. De folders van ziekenhuizen en van KWF zijn goed, maar er is te weinig informatie vanuit de beleving van de patiënt.

“Anus, poep, rectum, stoma, incontinentie.”  Niemand zet dat op Facebook of Instagram. Informatie op sites als kanker.nl is gefragmenteerd of de ervaringsverhalen warrig. Ik liep er zelf ook tegenaan toen ik deze ziekte kreeg: er is geen goed overzicht van behandelervaringen.

Henrike: “Klotezooi. Dat dacht ik toen ik werd ingeloot voor de operatie.

De afgelopen jaren heb ik naar aanleiding van mijn boek Nooduitgang contact gehad met meer dan honderd medepatiënten endeldarmkanker. Ieder vertelden ze me hun eigen verhaal. Een aantal ga ik bundelen in een nieuw boek geschreven vanuit de patiënt.

Anny: “Ik was door die incontinentie in een sociaal isolement gekomen. Ik had geen leven meer.

Ik hoop dit boek in de herfst 2019 uit te brengen. Alles waar je bij endeldarmkanker tegenaan kunt lopen, wordt verteld door patiënten. Zodat je straks beter bent voorbereid op gesprekken met de artsen over cruciale keuzes.

Want endeldarmkanker is en blijft een nare ziekte.

Christiaan: “Het woord ziekte was niet mijn woord. Ik sprak en spreek over een gezondheidsissue.

 

Mocht je voor het verschijnen van het boek informatie willen hebben, neem dan gerust contact met me op.

“Sneeuwschoenwandelen staat nog in de kinderschoenen”

Marja wilde heel graag sneeuwwandelen. Vele jaren had ik me kunnen verzetten met steekhoudende en andere argumenten. Die waren uiteindelijk door haar één voor één geslecht en dit jaar gingen we dan. “Je kunt altijd een dagje in het hotel blijven, “ zei ze bemoedigend. Met de voorspelde alleen maar zon, leek me dat inderdaad een reële optie

We zouden op een soort van tennisrackets moeten gaan lopen, dat was mij door de kinderen verteld. Die daar dan een beetje sneu bij keken. In de praktijk bleken het kleine ski’s die je draagkracht geven op de diepe sneeuw. Anders zak je er tot je middel in.

IMG_0471
Met en zonder sneeuwschoenen

We hadden ook een gids, Rob van Baardwijk. Nederlander en gecertificeerd bergwandelgids voor zomer en winter. Die had ons al een paar keer gemaild dat het erg koud kon zijn en dat hij er ‘superveel’ zin in had. Dat hielp nog allemaal niet echt. Maar we kochten thermo-ondergoed en verder was het een kwestie van kleden in laagjes.

IMG_0556
Rob legt uit

De reis naar Süd-Tirol was per trein, comfortabel met slechts één overstap, in München. Daar heb ik nu het Bahnrecord op het onderdeel met bepakking van perron naar perron rennen, omdat onze trein ietwat laat binnenreed. Maar we kwamen op tijd in het hotel aan en konden meteen aanschuiven voor de eerste van onze dagelijkse zevengangenmaaltijd.

Eenmaal op de sneeuwschoenen en in de ongerepte natuur, viel alles op zijn plaats. Rob ontpopte zich tot een ware Bergführer op de Lüsneralm. Hij ging voorop, legde uit, wees ons de prachtigste paden en vooral: hij zette koffie. Bij verlaten hutten met spectaculair uitzicht toverde hij espresso, op zijn eigen brandertje.

Eenmaal in de ongerepte natuur viel alles op zijn plaats

Ons groepje bestond uit zes en er waren dagen dat we nauwelijks iemand anders tegenkwamen. De natuur was overweldigend en ongerept. We renden op onze sneeuwschoenen door een maagdelijk wit sneeuwdek naar beneden. De sneeuw spatte ons rond de oren.

Het weer was top en de groep leuker dan ik had durven dromen. ‘s Middags terug in het hotel doken we met zijn allen de sauna in. Wat heel lekker is na een uur of zeven in de sneeuw, en je leert er de groepsleden nóg beter kennen.

En ik moet toegeven: ik ben om. ‘s Morgens stond ik steeds te trappelen voor vertrek en ben geen dag op mijn kamer gebleven.

Sneeuwschoenwandelen staat nog in de kinderschoenen

“Sneeuwschoenwandelen staat nog in de kinderschoenen”, aldus Rob. Mooi gezegd en hij heeft gelijk. Skiën is vast ook erg leuk, maar hou je van wandelen en natuur, van meer rust en minder blessures, trek dan de sneeuwschoenen aan.

 

IMG_0427
Verlaten hutten met spectaculair uitzicht

Ik verpest nu mijn onderhandelingspositie met organisator van Baardwijk, maar wij gaan volgend jaar weer. Hij kent nog zoveel ongerepte sneeuwnatuur waar hij ons graag naartoe wil brengen. Het liefst in groepen van zes tot acht. Dus als je zin hebt om mee te gaan…

Is het inspannend? Een beetje, want per dag deden we toch tussen 300 en 600 hoogtemeters in de sneeuw.  Aan de andere kant monstert Rob de groep en als het te zwaar wordt, weet hij altijd weer een lichter alternatief opdat we op tijd in de sauna zijn.

Dus conditie is zeker geen steekhoudend argument om niet mee te gaan. Verzin een ander.

Nadere info: Alpinatours.

IMG_0025-EFFECTS
Ongerepte natuur

 

IMG_0552
Pauzemomentje

 

Plassen en poepen op de Vierdaagse

Afgelopen dagen hebben we voor het eerst de Vierdaagse gelopen. Het was een hele ervaring. Je weet niet wat je te wachten staat. Maar het weer was mooi, het ging goed en we hebben volop genoten. U zou het niet geloven, maar de grootste uitdaging aan het gebeuren vonden wij het plassen en poepen onderweg.

De organisatie zet na de eerste vijf à zes kilometer een batterij Dixies neer. Daar wordt naar uitgekeken. Mensen versnellen en rennen er naartoe, zodat er al snel een rij is van meer dan honderd, voornamelijk vrouwen. Klapt er weer een deur van zo’n Dixi open dan rent de eerste in de rij naar de vrijgekomen unit. Het wordt lastig als er twee of drie tegelijk vrijkomen, want dan verlies je overzicht. Ik heb begrepen dat er vorige jaren een vrouw van de organisatie stond die de vrije Dixinummers omriep, maar die is helaas wegbezuinigd.

Omdat Marja in de rij stond, had ik alle tijd om het spektakel te bekijken. Ik begon zelfs nummers mee te roepen als er te lang een Dixi op groen stond. Ik hield nauwkeurig een man in de gaten, die zich verdacht bij de uitgang ophield. Terecht. Ineens sneakte hij een vrijgekomen Dixi in. Een vrouw die dat op afstand zag, liep niet door naar haar eigen toilet, maar snelde erop af en trok hem met geweld uit het hokje. Nog net voordat hij dat op slot had kunnen doen. En of dat niet genoeg was, schold ze hem als een volleerd viswijf de huid vol.

Tussen de officiële toiletpunten moet je vooral creatief zijn. En een beetje gevoel voor perspectief hebben. Dat gold zeker niet voor die ene vrouw die bovenaan het talud ging zitten plassen, voor haar gevoel achter een bosje. Maar voor de lopers aan de andere kant van de weg was het bijzonder om op vijf meter hoogte iemand, volledig in het openbaar, haar behoefte te zien doen.

Bewoners pikken soms een graantje mee van de hoge nood en stellen hun toilet beschikbaar. Ik bemerkte een breed prijsniveau. Van 1 euro, 50 cent, 20 cent en op een enkele plek gratis. Hogere prijzen aan het begin van de route. Marja is nog gaan plassen bij een Eritreeër, die 50 cent vroeg. Toen ze hem een euro gaf en de rest wilde laten zitten, ging hij nog bij de buren wisselen omdat hij voor plassen écht niet meer dan 50 cent wilde hebben.

Dat het niet altijd een onverdeeld genoegen is bleek bij de doorkomst in Linden. Bij een huis stond: ‘Dit jaar geen wc, het werd té populair.’ Ik kon me er van alles bij voorstellen.

De laatste dag kwamen we toevallig weer in de straat van de Eritrese wc. Marja verheugde zich al op het schone toilet. Hij was echter deze dag gesloten, waarschijnlijk helemaal binnengelopen.

Blockchain in Jeugdjournaaltaal

Bitcoin is hot, de blockchain is hip en het is allemaal dagelijks nieuws. Afgelopen week kwamen zelfs twee cabaretiers (Jochem en Youp) en een zanger (Guus) naar DWDD (Matthijs) om over de blockchain te praten. Althans, dat was de aankondiging.

De drie artiesten hebben geïnvesteerd in een blockchain start-up (GUTS – eerlijke tickets) omdat ze de doorverkoop en woekerprijzen van hun kaartjes helemaal zat zijn, en GUTS daar een oplossing voor heeft. Ieder heeft 1% van het kapitaal gestort en ze hopen dat het wat gaat worden. Tot zover het begrijpelijke gedeelte van het verhaal.

De oprichter van GUTS zat uiteraard ook aan tafel en kwam in het verbaal geweld van de cabaretiers in eerste instantie niet voor. Totdat hij van Matthijs mocht zeggen wat zijn oplossing voor die kaartverkoop nu eigenlijk was. “We hebben een kaartverkoopsysteem op de blockchain gebouwd.”

Matthijs leunde achterover, armen over elkaar en ging moeilijk kijken. De artiesten waren nu ook stil en dronken alle drie tegelijk van hun glaasje water. Matthijs prevelde iets van “bij blockchain tune ik out” en vroeg de man om ‘nog even in Jeugdjournaaltaal’ uit te leggen wat blockchain ook alweer was.

Op dat moment buigen we thuis op de bank altijd even naar voren, omdat we nog nooit een simpele uitleg van een deskundige hebben gehoord. Ook nu niet. We moesten ons voorstellen dat je een Excel-sheet hebt en dan niet alleen op je eigen computer maar op heel veel computers zodat de kaartjes altijd authentiek en traceerbaar zijn zonder tussenpersoon.

“Geweldig” riepen de artiesten in koor en gingen er vol overheen met grappige anekdotes over sms-en met je publiek en concerten waar ze te veel voor hadden betaald. Youp riep nog dat hij dit jaar naar de Toppers zou gaan en dat die arme blockchain-tobber aan de overkant ook een topper was. Lachen gieren brullen.

Matthijs keek ook niet meer om naar die saaie blockchainer, die zich zijn finest hour in DWDD heel anders had voorgesteld, maar met Youp en Jochem en ook nog Gerard Joling bij voorbaat kansloos was. De man miste bovendien een kans voor open doel.

Volgens mij is zijn GUTS een bedrijf dat met de blockchain ‘programmeerbare digitale tickets maakt die continu gevolgd kunnen worden en daardoor niet uitgeprint of onderhands doorverkocht’ kunnen worden’. Tot zover het Jeugdjournaal.

Wilt u ook meer inzicht in Bitcoin en Blockchain? Binnenkort kom ik met een nieuw en voor iedereen begrijpelijk programma.

Stralend middelpunt van iedere bruiloft

Afgelopen week was ik gevraagd voor een huwelijksceremonie. Maar omdat de bewuste gemeente geen BABS-voor-één-dag wil hebben, moest dat onder leiding van een échte ambtenaar: Karin. Dat is niet haar echte naam overigens, omdat ik niet met terugwerkende kracht een fantastische dag wil ontsieren.

Karin kende het klappen van de zweep: ze had al meer dan 800 bruiloften op de teller. Door de telefoon had ze me gezegd de ceremonie te zullen openen, daarna mij meteen het woord te geven en dan alleen nog het huwelijk te voltrekken. De rest was helemaal aan mij. Maar toen ze op de bewuste dag met acht A4’tjes tekst aankwam, deed me dat al het ergste vermoeden.

Ze ging vooraf even naar het bruidspaar, die zich hadden verstopt zodat nog niemand de jurk kon zien. “Dat mag ik dan lekker wel, hè. U moet hier blijven.” Ze vroeg me verder helemaal niets en praatte maar door over haar 800 vorige bruiloften. Ze had alles al meegemaakt, kwam niet meer voor verrassingen te staan. Ze was ook zóó relaxed altijd, dat ze lekker in een spijkerbroekje kwam. “Ik trek toch de toga aan.”

Ik moest maar eens goed op haar letten en dan gaf zij wel aan wanneer ‘mijn stukje’ aan de beurt was. Haar openingszin was maatgevend voor al wat komen ging: “Lief bruidspaar, wat fantastisch dat ík jullie vandaag mag trouwen, en dat zeg ik niet om te slijmen, maar omdat ik het meen.”

Toen vroeg ze om de mobieltjes op stil. De vader van de bruid was zo zenuwachtig dat het hem niet meteen lukte, wat Karin de gelegenheid gaf om te oreren dat ze niets van mobieltjes en die moderne toestanden moest hebben. “Dat vinden we allemaal toch?” zei ze tegen de zaal vol twintigers en dertigers.

Mij meteen het woord geven kostte haar uiteindelijk een kwartier, waarbij ze uiteraard mijn naam ook niet meer wist.

Daarna ging ze weer onverdroten door en uitgebreid in op het voorgesprek dat ze met het bruidspaar had gehad. Omdat een aanstaande bruid altijd het meeste praat, was het haar specialiteit geworden het er bij een toekomstige bruidegom uit te trekken. Zo konden we horen dat haar eigen huwelijk – net als ieder ander huwelijk trouwens – enorme ups en downs heeft, maar dat je daar samen altijd uit gaat komen, als je dat tenminste wilt. Eén van de getuigen kwam uit Rotterdam en dat vond ze een ‘verschrikkelijke stad’. Karin had geen geheimen meer voor ons.

In mijn stukje heb ik met een lach en een traan het bruidspaar in het zonnetje gezet, want dat verdienden ze op deze koude natte winderige dag.

Tip voor Karin: een iets langere toga vragen bij de gemeente. De spijkerbroek kwam er hinderlijk onderuit.