Stralend middelpunt van iedere bruiloft

Afgelopen week was ik gevraagd voor een huwelijksceremonie. Maar omdat de bewuste gemeente geen BABS-voor-één-dag wil hebben, moest dat onder leiding van een échte ambtenaar: Karin. Dat is niet haar echte naam overigens, omdat ik niet met terugwerkende kracht een fantastische dag wil ontsieren.

Karin kende het klappen van de zweep: ze had al meer dan 800 bruiloften op de teller. Door de telefoon had ze me gezegd de ceremonie te zullen openen, daarna mij meteen het woord te geven en dan alleen nog het huwelijk te voltrekken. De rest was helemaal aan mij. Maar toen ze op de bewuste dag met acht A4’tjes tekst aankwam, deed me dat al het ergste vermoeden.

Ze ging vooraf even naar het bruidspaar, die zich hadden verstopt zodat nog niemand de jurk kon zien. “Dat mag ik dan lekker wel, hè. U moet hier blijven.” Ze vroeg me verder helemaal niets en praatte maar door over haar 800 vorige bruiloften. Ze had alles al meegemaakt, kwam niet meer voor verrassingen te staan. Ze was ook zóó relaxed altijd, dat ze lekker in een spijkerbroekje kwam. “Ik trek toch de toga aan.”

Ik moest maar eens goed op haar letten en dan gaf zij wel aan wanneer ‘mijn stukje’ aan de beurt was. Haar openingszin was maatgevend voor al wat komen ging: “Lief bruidspaar, wat fantastisch dat ík jullie vandaag mag trouwen, en dat zeg ik niet om te slijmen, maar omdat ik het meen.”

Toen vroeg ze om de mobieltjes op stil. De vader van de bruid was zo zenuwachtig dat het hem niet meteen lukte, wat Karin de gelegenheid gaf om te oreren dat ze niets van mobieltjes en die moderne toestanden moest hebben. “Dat vinden we allemaal toch?” zei ze tegen de zaal vol twintigers en dertigers.

Mij meteen het woord geven kostte haar uiteindelijk een kwartier, waarbij ze uiteraard mijn naam ook niet meer wist.

Daarna ging ze weer onverdroten door en uitgebreid in op het voorgesprek dat ze met het bruidspaar had gehad. Omdat een aanstaande bruid altijd het meeste praat, was het haar specialiteit geworden het er bij een toekomstige bruidegom uit te trekken. Zo konden we horen dat haar eigen huwelijk – net als ieder ander huwelijk trouwens – enorme ups en downs heeft, maar dat je daar samen altijd uit gaat komen, als je dat tenminste wilt. Eén van de getuigen kwam uit Rotterdam en dat vond ze een ‘verschrikkelijke stad’. Karin had geen geheimen meer voor ons.

In mijn stukje heb ik met een lach en een traan het bruidspaar in het zonnetje gezet, want dat verdienden ze op deze koude natte winderige dag.

Tip voor Karin: een iets langere toga vragen bij de gemeente. De spijkerbroek kwam er hinderlijk onderuit.

Endeldarm steeds vaker gespaard bij kanker

Iedere week krijgen in Nederland meer dan 100 mensen de diagnose endeldarm kanker. Dat is een akelige ziekte die tot overlijden kan leiden, maar ook de kans op verminkingen is aanzienlijk. Er wordt veel onderzoek gedaan naar rectum-besparende behandelingen, maar … nog lang niet iedere patiënt krijgt in Nederland die optie ook voorgelegd.

 

cms_visual_2891Vele patiënten met endeldarm kanker hebben na de behandeling een stoma of ernstige last van incontinentie voor urine en ontlasting, impotentie en ander lichamelijk leed. De endeldarm is nu eenmaal moeilijk te opereren en het gebied eromheen is kwetsbaar. Toch wordt het rectum vaak verwijderd omdat de ernst van de ziekte zich ter plaatse moeilijk laat vaststellen. Tumoren liggen verscholen, zijn moeilijk bereikbaar en lymfeklieren zijn te klein om goed te beoordelen. Alles eruit snijden is dan vaak de oplossing, met alle gevolgen van dien.

Onderzoek naar de behandeling van endeldarm kanker is een multi-disciplinair gebeuren bij uitstek: chirurgie, radiologie, radio-therapie en Maag-Darm-Lever artsen. Alleen als die perfect samenwerken heb je kans dat je rectum in de behandeling niet onnodig sneuvelt. In Nederland wordt onder leiding van meerdere professoren uit die disciplines veel onderzoek verricht om de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk te houden, zonder extra risico op overlijden.

preserving rectum
symposium Rectal Preserving Treatment, Utrecht

Vorige week was ik als ervarings-deskundige op een medisch congres over dit onderwerp. Er lopen in Nederland in verschillende academische centra maar liefst drie studies TESAR, STARTRECT en Wait & See, die allemaal op zoek zijn naar deelnemers. Het grote punt is dat – puur afhankelijk van het ziekenhuis waar je je als patiënt meldt – je al dan niet opmerkzaam wordt gemaakt op de mogelijkheid om deel te nemen.

Daar moet verandering in komen. Allereerst gaat men in een tiental ziekenhuizen vanaf nu patiënten actief screenen om deel te nemen. Verder is het dringend noodzaak dat er voldoende informatie op het internet te vinden is om patiënten en hun familie op deze alternatieve mogelijkheden te wijzen. Zodat men actief bij zijn arts zelf kan aankaarten of één van de drie rectumbesparende opties mogelijk zijn.

De derde druk van Nooduitgang

Dus, ken je iemand met endeldarmkanker? Wijs hem of haar op deze alternatieve methoden. Ga op onderzoek uit of lees mijn boek Nooduitgang. Zorg ervoor je écht goed in gesprek kunt komen met je arts en misschien, heel misschien wordt zo onnodige ellende bespaard.

 

Optreden voor 15 man, wat doe je dan?

Als beginnend theatermaker word je er ’s nachts wel eens zwetend wakker van: je komt op en dan … dan blijkt de zaal bijna leeg. Het overkwam Nathalie Baartman bij haar voorstelling Louter in Theaters Tilburg. Marja en ik zaten met slechts 13 anderen in de zaal. Omdat we in de foyer het onheil al zagen aankomen, waren we met zijn allen een beetje dicht bij elkaar gaan zitten, vooraan.

De cabaretière had op dat moment maar één keus: de zaak benoemen. “Draai het zaallicht eens aan,” zei ze met haar innemend Twents accent, “want ik wil mijn 15 uitverkorenen goed kunnen zien.” Toen hebben we ons aan elkaar voorgesteld: een Noor, twee keer Judith, Hans, Marja, Harrie en nog wat namen. Eén van de Judith’s had vroeger nog bij Nathalie in de klas gezeten, hoorden we.

Het werd dus een soort huiskamervoorstelling. Ik voelde me deze avond geen toeschouwer die af en toe nog eens op de smartphone kan turen of beetje kan wegdromen. Nee, ze deed het deze avond speciaal voor mij. Je gaat dan onwillekeurig meedoen: ondersteunend knikken, glimlachen op intieme momenten en ik moest steeds de neiging onderdrukken om ook wat te zeggen. Dat lukte uiteindelijk niet helemaal.

Ik vond dat ze er stoer en energiek mee omging. De timing werd wel een beetje moeilijk. Want terwijl je in een grote zaal toch altijd een tien seconden hebt voordat een applaus of lachsalvo is weggeëbd. Ons groepje was steeds na twee seconden klaar. Daar had ze duidelijk last van.

Aan de andere kant zocht Nathalie vaker de interactie met ons op en dat maakte de voorstelling leuker. Ze weet nu bijvoorbeeld wat Marja en ik voor werk doen en het is toch leuk om bij het applaus halen de artiest persoonlijk een hand te geven als bedankje voor een fijne voorstelling.

Het was trouwens volslagen onterecht dat er maar 15 toeschouwers waren. Ze kan prachtig zingen – zoals in een door merg en been gaand Koerdisch nummer – is ontwapenend en heeft een heerlijke humor. Dat de zaal dan bijna leeg is, zegt meer over Tilburg dan over Nathalie Baartman.

Ik heb haar nu ook uitgenodigd voor mijn eigen voorstelling en dan moet ze wel komen. We kennen elkaar nu tenslotte en dat schept wederzijdse verplichtingen. Ik hoop toch stiekem wel op meer dan 15 man…

Dikke tong

De eerste les van dit verhaal is dat je nooit zonder te kijken een slok witte wijn moet nemen. Ik dacht eerst dat ik een stukje kurk in mijn mond had. Maar het was een wesp die meteen in mijn tong stak.

Marja reageerde kordaat met de Aspivenin, zo’n uitzuigapparaatje voor insectenbeten. Die hebben we de laatste jaren op bijna al onze lichaamsdelen uitgeprobeerd, maar mijn tong is zeker het pijnlijkste plekje tot nu toe. Maar de zwelling ging zo snel dat ik aan deze marteling niet ontkwam.

Door de telefoniste van de huisartsenpost werd ik op code geel gezet. Ik ‘mocht’ meteen komen, maar ‘mocht’ niet zelf rijden. Ze gebruiken daar het woord mogen in alle mogelijke interpretaties door elkaar. En dus ‘mocht’ Marja vijf minuten later met mij en met 80 kilometer per uur over de Tilburgse ringbanen scheuren.

De tong werd steeds dikker en heel vreemd: ik voelde mijn tanden en kiezen groeien. Blijkbaar werken die zenuwen in de tong zo dat als ze verder uit elkaar worden gedrukt, ze denken dat je tanden groter worden. Tot zover deze fysische beschouwing.

Met mijn gele indicatie ‘mocht’ ik meteen door naar de dienstdoende arts, die er gelukkig relaxed onder bleef. Ze legde me op de behandeltafel met een stuk ijs in mijn mond. Mijn tong was weliswaar heel erg dik, maar ik kon nog ademhalen, dus de paniek was niet zo nodig.

En als het erger werd? Dan gaf ze me een injectie Adrenaline. Adrenaline? Datzelfde spul dat ik ook bij ieder optreden door mijn lijf voel? Daar krijg ik dus niet alleen een scherpere tong van, maar dus ook een dunnere? Kijk, dat vond ik heel bijzonder.

Bij de volgende wespensteek ga ik gewoon optreden. Dat doe ik toch al volgens Marja, want zoals alle mannen speel ik overdreven toneel als mij wat overkomt. Alsof ik door een wesp word gestoken.

Autoverkoper speelt sax

Hans Dulfer was meer dan dertig jaar lang een succesvol autoverkoper, maar u kent hem wellicht beter als saxofonist. Hans was te gast in de podcast van Radio Kunststof terwijl wij in onze auto naar het zuiden zoefden. Het moet gezegd, het werd een uitermate praktische aflevering.

“Kijk,” zei Hans in plat Amsterdams “je moet altijd een bondje met je klant zien te sluiten. Dan zei ik tegen ze: die kokosmatten moet je niet hier in de garage kopen, die liggen bij de HEMA voor de helft van de prijs. Dan waren ze zo dankbaar dat ze niet moeilijk deden over de antiroestbehandeling van 400 gulden.”

Hans wilde niet spelen op de Uitmarkt. Dat moest gratis omdat het goed was voor zijn eigen promotie en het zoveel publiek trok naar Amsterdam. “Ik kom pas naar die Uitmarkt als de Bijenkorf en de HEMA ook alles voor niks buiten zetten. Dat trekt ook volk.” De interviewster zei dat ze dat logisch vond, maar was duidelijk overbluft door zoveel streetwise inzichten.

“Ik zwaai altijd op het podium.” Ook dat had hij in de garage geleerd toen een man eens tien auto’s tegelijk kwam kopen. Er was getwijfeld aan zijn kredietwaardigheid, maar de koper had gezegd: kom maar mee naar mijn bedrijf. “Liep hij daar rond en zwaaide naar iedereen. En iedereen zwaaide hartelijk terug. Dus ik zeg tegen mijn baas: dat zit wel goed. Bleek het de grootste oplichter te zijn. Ja dan leer je wel: je kunt gerust zwaaien, want iedereen zwaait altijd terug.” Zwaaien bleek bij optredens ook sfeerverhogend.

In de studio lagen oude LP-hoezen op tafel, hoorden we, waarop Hans stond afgebeeld in zijn autoverkoperskostuum. “Geen tijd om om te kleden.” Eigenlijk was hij ook niet eens getalenteerd: “mijn dochter heeft wel talent” en “ik ben sax gaan spelen omdat dat de meeste vrouwen trok.” En hij vertelde vol vuur hoe hij zich een weg had gebluft naar de verschillende podia.

Ik vond het dus logisch dat hij de hedendaagse juridische contracten voor zijn optredens verfoeide en hij helemaal een hekel had aan alle marketing die de hedendaagse artiest nodig had om ergens in beeld te komen. Hij draafde maar door en de presentatrice had moeite om er tussen te komen: “Hans vertel eens over die tournee ter ere van je 75ste verjaardag.”

“Tournee? Ik heb helemaal geen tournee! Ik doe gewoon mijn optredens dit jaar. Maar omdat ik 75 jaar werd heb ik dat dit jaar eens tournee genoemd en kijk, nu word ik in alle programma’s zoals bij jullie uitgenodigd. En anders zien jullie me niet.”

Autoverkoper lijkt mij nog steeds een prima vooropleiding voor artiest. Die hebben geen marketing nodig.

Campingpraat

“U ziet zo bruin, u bent hier al lang?”

“Bijna vier weken. Altijd vier weken, altijd in juni, ook toen ik nog werkte. We komen hier al sinds 2003. We staan altijd hieronder bij de rivier. Dat is de beste plek. Ik moet er niet aan denken om boven te staan. Hutje mutje. Kom je je tent uit: goedemorgen buurman. Niks voor mij. Hier bij de rivier is het beste. Hier staan ook meer mensen die er al zo lang komen. Je kent elkaar dan en dan hoor je nog eens wat. Prachtig is dat hier beneden. Oh jullie staan boven? Oh in een huisje. Ja dan heb je wel mooi uitzicht daar boven. Naar boven fietsen, dat vind ik mooi. Actief zijn op vakantie. Ik kan geen boek lezen, ik moet bezig zijn. Dan fiets ik naar boven of ik loop. Dan zeg ik tegen Hannie hier: dat doe ik dan toch maar. Er is daar ook een geitenpad, tussen die twee asfaltwegen. Weten maar weinig mensen, maar dat is het mooiste pad. Ja dat leer je wel kennen als je zolang hier komt. Ik ken alle paadjes. Je moet ook naar die marktjes gaan hier dat is leuk, vindt Hannie ook. Niet dan Han? Op al die marktjes komen dezelfde verkopers. Je moet er niet kopen want het is veel te duur, die spullen kun je bij ons voor de helft krijgen. Maar we lopen daar zo graag rond voor de sfeer. Doen we vaak, actief blijven he? Ze zeggen ook dat Avignon een mooi dorpje moet zijn. Of dat andere dorpje bij die Alp van het fietsen. Mont Ventoux, ja dat zeg ik. Vertel me niets over fietsen. Ik heb nu een e-bike en dan fiets ik de hele Ardèche langs. Dat is meer dan zestig kilometer, maar ik heb een extra batterij. Niet dat ik twee keer zo hard kan, haha, maar twee keer zo lang, haha. Zo mooi om actief te zijn. Of die hele rivier hier langs lopen. Die ziet er nu wel leuk uit, maar die kan binnen één uur veranderen in een monster. Net als een paar dagen geleden, met die regen. Dan staat het hieronder gewoon blank. En dan met alle buurmannen geulen graven om de caravan heen. Ik zeg dan tegen Hannie, ik vind dat het mooiste wat er is: ons fort verdedigen. En wat denk je, alles was nat en onze voortent kurkdroog.”

“En daarom zitten wij boven. Kunnen we eens een boek lezen.”

Greg Groet Niet

Iedere week loop ik een paar keer hard. Het liefst die ik dat in Moerenburg, een prachtig natuurgebied op slechts 200 meter van ons huis. Met prachtige kronkel- en bospaden, mooie stroompjes en doorkijkjes en een paar lange fietspaden.

Er rennen hier veel mensen en als je zo’n looptegenligger passeert, dan groeten we elkaar. Zo gaat dat tussen lopers.

Regelmatig loop ik op het lange rechte fietspad naar Oisterwijk en dan zie ik hem al van verre aankomen. Die atletische tred valt je meteen op. Meestal heeft hij ook fel fluorescerende kleding aan, hij houdt er een voorkeur voor de kleur geel op na.

Hij heeft ook altijd de nieuwste spullen, want hij runt een eigen hardloopzaak. Greg van Hest is oud-nederlands kampioen marathon en hij deed ook voor ons land mee aan de Olympische Spelen in Sydney. Hij heeft nog steeds het nationaal record op de halve marathon.

Ik ga wat rechter lopen, ik versnel de pas, want ik wil dat het er voor Greg goed uitziet en hij me herkent als medeloper. We naderen elkaar op deze prachtige ochtend in Moerenburg. Greg heeft het op zijn website overigens altijd over Dé Moerenburg.

Tien meter zijn we nog verwijderd. Ik steek mijn hand zo nonchalant mogelijk omhoog. “Hoi!” zeg ik. Greg stoomt onverstoorbaar door, zegt niets, kijkt strak vooruit. Hij traint voor de marathon in New York en wil daar een record voor senioren aanscherpen. Ik ben natuurlijk een verstorende factor voor dat hoger doel.

Hij is al snel ver achter me. Nee, Greg Groet niet.

The internet is NOT the answer

Andrew Keen

Drie jaar geleden was ik voor het eerst op The Next Web conferentie in Amsterdam. En oh, wat was ik onder de indruk. De disruptie spatte van de schermen af, bevlogen sprekers, nieuwe vergezichten, een bijpassende ambiance in de vorm van de Westergasfabriek, ja zelfs een echte Hollandse koe op het toneel.

Afgelopen donderdag en vrijdag mocht ik weer naar The Next Web Europa. Twee dagen inspiratie tanken, twee dagen materiaal verzamelen voor komende presentaties en voorstellingen. Twee dagen genieten.

Natuurlijk was ik op tijd, maar ik moest aansluiten in een 500 meter lange rij voor de ingang. En zo was ik te laat voor de eerste presentaties. Een kop koffie was niet te krijgen vanwege ook lange rijen voor de versgezette-koffie-stalletjes. Het was er veel en veel te druk.

De sponsors mochten ook allemaal een keer op één van de hoofdpodia obligate verhalen vertellen. Verder veel utopische internet-of-things, wearables en big data inzichten die iedereen al kent. Bij de start-ups was een jongen met een staartje die een app had waarmee je de muziek kon beïnvloeden in de kroeg waar je was. Had ook nog nagedacht over een verdienmodel voor kroegbazen.

Maar vooral was het een zelfgenoegzaam incrowd feestje van alleen maar witte mensen, met heel veel baarden en hoeden. 52% komt van buiten Nederland werd er gepocht, ik vond dat belachelijk weinig voor een Europese conferentie. Het sprekersprogramma van dag 1 was ronduit waardeloos, dag 2 werd gelukkig wat beter.

En op die tweede dag was er ineens één verhaal waar de rode zaal van uit zijn dak ging. “The internet is NOT the answer” van Andrew Keen, zonder sheets en met slechts een kop koffie in de hand op het podium. Met statements als “Big Data is the new Pollution” en “we need Regulation for Innovation” kreeg hij open doekjes. Hij pleitte voor een cultuuromslag dwars tegen het vigerende Silicon Valley geloof in, dat alleen maar zorgt voor een diepe kloof tussen have’s en have not’s. Ik was diep onder de indruk en sloot meteen aan in – natuurlijk weer – de rij voor zijn boek en een foto.

Ik verslind het boek en weet niet of ik in alles met hem eens ben, maar deze ene presentatie gaf mij voor minstens een jaar inspiratie. Ik herhaal: Andrew Keen. En ik moet er wat mee.

Pastor Jim

Zondagochtend in New York waren we al om acht uur in het enorme theater voor de Gospelmis. Grote schermen moesten ons opwarmen voor wat er komen ging, vandaag en de rest van de week: the regular services, studiebijeenkomsten, ontmoetingen voor alleenstaande ouders, gospeluitvoeringen, en natuurlijk werd het nieuwe boek van pastor Jim: “The Storm” uitgebreid aangeprezen.

De binnenkomst van de gelovigen was hartverwarmend. Men viel elkaar in de armen. Ook bijna iedereen begroette ons of gaf een hand, sommigen omhelsden.

Toen de muziek startte was het overweldigend. Er was een 200-koppig koor en vocalisten die bij the Voice direct naar de volgende ronde zouden gaan. Iedereen swingde en klapte mee, mensen raakten in trance. Dat alles een uur lang als opwarmertje voor pastor Jim.

“The Bible is probably the worst marketing ever” begon hij. Hij had dat in zijn boek nog eens goed uitgelegd. Daarin stond ook waarom we juist nu – in tijden van oorlog en ebola – standvastig moeten zijn. Hij kwam steeds verder op stoom en en passent daagde hij met een tranentrekker de gemeente uit om de collecte-emmers goed vol te storten.

De drie principes om de storm door te komen vormden de basis voor zijn boek: keep the joy, be carefull and share Jesus. Het was natuurlijk thuis allemaal nog na te lezen. Ook voor de mensen thuis bij de webcast, die het boek konden bestellen “via Amazon and all other major shops”. Hierbij keek pastor Jim indringend in de camera.

Hij denderde naar het hoogtepunt. Zij die extra steun nodig hadden mochten naar voren komen. Het koor schalde, Jim gaf ons allen de zegen en voorbij was het. Ineens.

In de hal vond zijn boek gretig aftrek. Best marketing ever.

Nine-eleven in Brooklyn

Onze Airbnb hosts Silvano en Craigh leven al twintig jaar in Brooklyn. Ze geven ons iedere dag de beste adviezen over musea, bussen en metro, restaurants en bars. En niet te vergeten over shopping, want ze zijn gek op mooie dingen. Silvano vooral op schoenen.

Het 9/11 memorial is prachtig gemaakt, vinden ze. Over het bijbehorende nieuwe museum kunnen ze ons nog niets vertellen. Ze zijn er nog niet geweest, en zullen dat voorlopig ook niet doen. Te erg en ze zijn nog steeds bedrukt als ze erover vertellen.

Op die dinsdag in 2001 laten ze hun hondje uit als een buurman zegt dat er een vliegtuig in het WTC is gevlogen. Lacherig lopen ze naar huis. Maar op het dak van hun woning zien ze de torens angstaanjagend branden, hemelsbreed amper twee kilometer aan de ander kant van de rivier.

Als de torens vallen dreunt de grond. Langzaam begint het in hun tuin stof te regenen, steeds meer. Ze moeten bij de buren naar de televisie kijken, omdat zij hun tv-signaal kregen van de één van de antennes boven op de torens.

De volgende ochtend gaan de winkels gewoon open en rijden er weer vrachtwagens door de straat. Het leven lijkt normaal, maar iedereen is thuis. Ook Silvano gaat weken niet naar zijn werk op Manhattan.

Ze herinneren zich nog dat ze een week lang in verwarring waren, praatten over wat er gebeurd was en hoe het nu verder moest. In de tuin tussen het stof was een enveloppe gedwarreld. Die was geadresseerd aan iemand in het WTC, met alleen een hoekje verbrand