‘Kanker is strijd, maar vooral dom geluk of vette pech’

Maarten van der Weijden neemt boek van mede-geluksvogel in ontvangst

Tilburger Harrie Keusters (59) presenteert op 5 oktober 2019 zijn tweede boek over endeldarmkanker: Dom geluk, vette pech. Ieder jaar krijgen meer dan 5.000 Nederlanders de diagnose endeldarmkanker en zij moeten binnen korte tijd levensbepalende beslissingen nemen over de behandeling. Keusters wil hen met dit boek helpen, ondanks de onvoorspelbare factor geluk of pech. Maarten van der Weijden voelt zich verbonden met de titel van het boek en komt naar Tilburg om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen.

In 2013 krijgt Keusters de diagnose endeldarmkanker. Over zijn ervaringen schrijft hij het boek Nooduitgang (2014, derde druk), maar Keusters komt er gaandeweg achter dat zijn successtory maar een gedeelte van het verhaal vertelt van deze vorm van kanker. Of zoals een arts tegen hem zegt: ‘Zoveel geluk als u hebben maar weinigen.’

IMG_7466
Harrie Keusters en prof. Geerard Beets

In Dom geluk, vette pech reizen we met Keusters mee op zijn vervolgtocht door ‘endeldarmland’, op zoek naar lotgenoten en hun keuzes. Maar ook wil hij weten hoe artsen en verpleegkundigen naar de behandelopties kijken. Onderweg haakt professor Geerard Beets van het Antoni van Leeuwenhoek aan. Beets over het boek: ‘Het maakt helder in welke moeilijke afwegingen we patiënten vaak mee moeten nemen.’

Harrie Keusters schrijft indringend en toch luchtig over duivelse dilemma’s voor patiënten. Terwijl je blijft lezen om te weten hoe het verhaal afloopt, komen ongemerkt alle thema’s van endeldarmkanker voorbij. Het boek overstijgt daarmee het reguliere ervaringsverhaal en biedt een combinatie van onderhoudend en informatief. Voor zorgprofessionals, patiënten en de mensen om hen heen. Djenné Fila liet zich voor de illustraties inspireren door de vaak aangrijpende maar op zijn tijd ook humoristische verhalen.

Amsterdam City Swim 2016
Maarten vd Weijden

De titel van het nieuwe boek is geïnspireerd op het motto van Maarten van der Weijden: ‘Tegen kanker kun je niet strijden, je moet vooral geluk hebben’. Van der Weijden en Keusters denken hetzelfde over ‘geluk en pech’ en willen zich als geluksvogels – ieder met hun eigen kwaliteiten – inzetten om levens van lotgenoten te verbeteren. Maarten van der Weijden komt op 5 oktober naar Tilburg om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen.

 

Boekcover Domgelukvettepech_3DDOM GELUK, VETTE PECH, ervaringen bij endeldarmkanker

Uitgeverij Scriptum

ISBN 978 94 6319 189 0

Verschijnt 5 oktober 2019, € 18,50

https://www.scriptum.nl/boeken/dom-geluk-vette-pech/

 

“Sneeuwschoenwandelen staat nog in de kinderschoenen”

Marja wilde heel graag sneeuwwandelen. Vele jaren had ik me kunnen verzetten met steekhoudende en andere argumenten. Die waren uiteindelijk door haar één voor één geslecht en dit jaar gingen we dan. “Je kunt altijd een dagje in het hotel blijven, “ zei ze bemoedigend. Met de voorspelde alleen maar zon, leek me dat inderdaad een reële optie

We zouden op een soort van tennisrackets moeten gaan lopen, dat was mij door de kinderen verteld. Die daar dan een beetje sneu bij keken. In de praktijk bleken het kleine ski’s die je draagkracht geven op de diepe sneeuw. Anders zak je er tot je middel in.

IMG_0471
Met en zonder sneeuwschoenen

We hadden ook een gids, Rob van Baardwijk. Nederlander en gecertificeerd bergwandelgids voor zomer en winter. Die had ons al een paar keer gemaild dat het erg koud kon zijn en dat hij er ‘superveel’ zin in had. Dat hielp nog allemaal niet echt. Maar we kochten thermo-ondergoed en verder was het een kwestie van kleden in laagjes.

IMG_0556
Rob legt uit

De reis naar Süd-Tirol was per trein, comfortabel met slechts één overstap, in München. Daar heb ik nu het Bahnrecord op het onderdeel met bepakking van perron naar perron rennen, omdat onze trein ietwat laat binnenreed. Maar we kwamen op tijd in het hotel aan en konden meteen aanschuiven voor de eerste van onze dagelijkse zevengangenmaaltijd.

Eenmaal op de sneeuwschoenen en in de ongerepte natuur, viel alles op zijn plaats. Rob ontpopte zich tot een ware Bergführer op de Lüsneralm. Hij ging voorop, legde uit, wees ons de prachtigste paden en vooral: hij zette koffie. Bij verlaten hutten met spectaculair uitzicht toverde hij espresso, op zijn eigen brandertje.

Eenmaal in de ongerepte natuur viel alles op zijn plaats

Ons groepje bestond uit zes en er waren dagen dat we nauwelijks iemand anders tegenkwamen. De natuur was overweldigend en ongerept. We renden op onze sneeuwschoenen door een maagdelijk wit sneeuwdek naar beneden. De sneeuw spatte ons rond de oren.

Het weer was top en de groep leuker dan ik had durven dromen. ‘s Middags terug in het hotel doken we met zijn allen de sauna in. Wat heel lekker is na een uur of zeven in de sneeuw, en je leert er de groepsleden nóg beter kennen.

En ik moet toegeven: ik ben om. ‘s Morgens stond ik steeds te trappelen voor vertrek en ben geen dag op mijn kamer gebleven.

Sneeuwschoenwandelen staat nog in de kinderschoenen

“Sneeuwschoenwandelen staat nog in de kinderschoenen”, aldus Rob. Mooi gezegd en hij heeft gelijk. Skiën is vast ook erg leuk, maar hou je van wandelen en natuur, van meer rust en minder blessures, trek dan de sneeuwschoenen aan.

 

IMG_0427
Verlaten hutten met spectaculair uitzicht

Ik verpest nu mijn onderhandelingspositie met organisator van Baardwijk, maar wij gaan volgend jaar weer. Hij kent nog zoveel ongerepte sneeuwnatuur waar hij ons graag naartoe wil brengen. Het liefst in groepen van zes tot acht. Dus als je zin hebt om mee te gaan…

Is het inspannend? Een beetje, want per dag deden we toch tussen 300 en 600 hoogtemeters in de sneeuw.  Aan de andere kant monstert Rob de groep en als het te zwaar wordt, weet hij altijd weer een lichter alternatief opdat we op tijd in de sauna zijn.

Dus conditie is zeker geen steekhoudend argument om niet mee te gaan. Verzin een ander.

Nadere info: Alpinatours.

IMG_0025-EFFECTS
Ongerepte natuur

 

IMG_0552
Pauzemomentje

 

Stralend middelpunt van iedere bruiloft

Afgelopen week was ik gevraagd voor een huwelijksceremonie. Maar omdat de bewuste gemeente geen BABS-voor-één-dag wil hebben, moest dat onder leiding van een échte ambtenaar: Karin. Dat is niet haar echte naam overigens, omdat ik niet met terugwerkende kracht een fantastische dag wil ontsieren.

Karin kende het klappen van de zweep: ze had al meer dan 800 bruiloften op de teller. Door de telefoon had ze me gezegd de ceremonie te zullen openen, daarna mij meteen het woord te geven en dan alleen nog het huwelijk te voltrekken. De rest was helemaal aan mij. Maar toen ze op de bewuste dag met acht A4’tjes tekst aankwam, deed me dat al het ergste vermoeden.

Ze ging vooraf even naar het bruidspaar, die zich hadden verstopt zodat nog niemand de jurk kon zien. “Dat mag ik dan lekker wel, hè. U moet hier blijven.” Ze vroeg me verder helemaal niets en praatte maar door over haar 800 vorige bruiloften. Ze had alles al meegemaakt, kwam niet meer voor verrassingen te staan. Ze was ook zóó relaxed altijd, dat ze lekker in een spijkerbroekje kwam. “Ik trek toch de toga aan.”

Ik moest maar eens goed op haar letten en dan gaf zij wel aan wanneer ‘mijn stukje’ aan de beurt was. Haar openingszin was maatgevend voor al wat komen ging: “Lief bruidspaar, wat fantastisch dat ík jullie vandaag mag trouwen, en dat zeg ik niet om te slijmen, maar omdat ik het meen.”

Toen vroeg ze om de mobieltjes op stil. De vader van de bruid was zo zenuwachtig dat het hem niet meteen lukte, wat Karin de gelegenheid gaf om te oreren dat ze niets van mobieltjes en die moderne toestanden moest hebben. “Dat vinden we allemaal toch?” zei ze tegen de zaal vol twintigers en dertigers.

Mij meteen het woord geven kostte haar uiteindelijk een kwartier, waarbij ze uiteraard mijn naam ook niet meer wist.

Daarna ging ze weer onverdroten door en uitgebreid in op het voorgesprek dat ze met het bruidspaar had gehad. Omdat een aanstaande bruid altijd het meeste praat, was het haar specialiteit geworden het er bij een toekomstige bruidegom uit te trekken. Zo konden we horen dat haar eigen huwelijk – net als ieder ander huwelijk trouwens – enorme ups en downs heeft, maar dat je daar samen altijd uit gaat komen, als je dat tenminste wilt. Eén van de getuigen kwam uit Rotterdam en dat vond ze een ‘verschrikkelijke stad’. Karin had geen geheimen meer voor ons.

In mijn stukje heb ik met een lach en een traan het bruidspaar in het zonnetje gezet, want dat verdienden ze op deze koude natte winderige dag.

Tip voor Karin: een iets langere toga vragen bij de gemeente. De spijkerbroek kwam er hinderlijk onderuit.

Endeldarm steeds vaker gespaard bij kanker

Iedere week krijgen in Nederland meer dan 100 mensen de diagnose endeldarm kanker. Dat is een akelige ziekte die tot overlijden kan leiden, maar ook de kans op verminkingen is aanzienlijk. Er wordt veel onderzoek gedaan naar rectum-besparende behandelingen, maar … nog lang niet iedere patiënt krijgt in Nederland die optie ook voorgelegd.

 

cms_visual_2891Vele patiënten met endeldarm kanker hebben na de behandeling een stoma of ernstige last van incontinentie voor urine en ontlasting, impotentie en ander lichamelijk leed. De endeldarm is nu eenmaal moeilijk te opereren en het gebied eromheen is kwetsbaar. Toch wordt het rectum vaak verwijderd omdat de ernst van de ziekte zich ter plaatse moeilijk laat vaststellen. Tumoren liggen verscholen, zijn moeilijk bereikbaar en lymfeklieren zijn te klein om goed te beoordelen. Alles eruit snijden is dan vaak de oplossing, met alle gevolgen van dien.

Onderzoek naar de behandeling van endeldarm kanker is een multi-disciplinair gebeuren bij uitstek: chirurgie, radiologie, radio-therapie en Maag-Darm-Lever artsen. Alleen als die perfect samenwerken heb je kans dat je rectum in de behandeling niet onnodig sneuvelt. In Nederland wordt onder leiding van meerdere professoren uit die disciplines veel onderzoek verricht om de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk te houden, zonder extra risico op overlijden.

preserving rectum
symposium Rectal Preserving Treatment, Utrecht

Vorige week was ik als ervarings-deskundige op een medisch congres over dit onderwerp. Er lopen in Nederland in verschillende academische centra maar liefst drie studies TESAR, STARTRECT en Wait & See, die allemaal op zoek zijn naar deelnemers. Het grote punt is dat – puur afhankelijk van het ziekenhuis waar je je als patiënt meldt – je al dan niet opmerkzaam wordt gemaakt op de mogelijkheid om deel te nemen.

Daar moet verandering in komen. Allereerst gaat men in een tiental ziekenhuizen vanaf nu patiënten actief screenen om deel te nemen. Verder is het dringend noodzaak dat er voldoende informatie op het internet te vinden is om patiënten en hun familie op deze alternatieve mogelijkheden te wijzen. Zodat men actief bij zijn arts zelf kan aankaarten of één van de drie rectumbesparende opties mogelijk zijn.

De derde druk van Nooduitgang

Dus, ken je iemand met endeldarmkanker? Wijs hem of haar op deze alternatieve methoden. Ga op onderzoek uit of lees mijn boek Nooduitgang. Zorg ervoor je écht goed in gesprek kunt komen met je arts en misschien, heel misschien wordt zo onnodige ellende bespaard.

 

Optreden voor 15 man, wat doe je dan?

Als beginnend theatermaker word je er ’s nachts wel eens zwetend wakker van: je komt op en dan … dan blijkt de zaal bijna leeg. Het overkwam Nathalie Baartman bij haar voorstelling Louter in Theaters Tilburg. Marja en ik zaten met slechts 13 anderen in de zaal. Omdat we in de foyer het onheil al zagen aankomen, waren we met zijn allen een beetje dicht bij elkaar gaan zitten, vooraan.

De cabaretière had op dat moment maar één keus: de zaak benoemen. “Draai het zaallicht eens aan,” zei ze met haar innemend Twents accent, “want ik wil mijn 15 uitverkorenen goed kunnen zien.” Toen hebben we ons aan elkaar voorgesteld: een Noor, twee keer Judith, Hans, Marja, Harrie en nog wat namen. Eén van de Judith’s had vroeger nog bij Nathalie in de klas gezeten, hoorden we.

Het werd dus een soort huiskamervoorstelling. Ik voelde me deze avond geen toeschouwer die af en toe nog eens op de smartphone kan turen of beetje kan wegdromen. Nee, ze deed het deze avond speciaal voor mij. Je gaat dan onwillekeurig meedoen: ondersteunend knikken, glimlachen op intieme momenten en ik moest steeds de neiging onderdrukken om ook wat te zeggen. Dat lukte uiteindelijk niet helemaal.

Ik vond dat ze er stoer en energiek mee omging. De timing werd wel een beetje moeilijk. Want terwijl je in een grote zaal toch altijd een tien seconden hebt voordat een applaus of lachsalvo is weggeëbd. Ons groepje was steeds na twee seconden klaar. Daar had ze duidelijk last van.

Aan de andere kant zocht Nathalie vaker de interactie met ons op en dat maakte de voorstelling leuker. Ze weet nu bijvoorbeeld wat Marja en ik voor werk doen en het is toch leuk om bij het applaus halen de artiest persoonlijk een hand te geven als bedankje voor een fijne voorstelling.

Het was trouwens volslagen onterecht dat er maar 15 toeschouwers waren. Ze kan prachtig zingen – zoals in een door merg en been gaand Koerdisch nummer – is ontwapenend en heeft een heerlijke humor. Dat de zaal dan bijna leeg is, zegt meer over Tilburg dan over Nathalie Baartman.

Ik heb haar nu ook uitgenodigd voor mijn eigen voorstelling en dan moet ze wel komen. We kennen elkaar nu tenslotte en dat schept wederzijdse verplichtingen. Ik hoop toch stiekem wel op meer dan 15 man…

Dikke tong

De eerste les van dit verhaal is dat je nooit zonder te kijken een slok witte wijn moet nemen. Ik dacht eerst dat ik een stukje kurk in mijn mond had. Maar het was een wesp die meteen in mijn tong stak.

Marja reageerde kordaat met de Aspivenin, zo’n uitzuigapparaatje voor insectenbeten. Die hebben we de laatste jaren op bijna al onze lichaamsdelen uitgeprobeerd, maar mijn tong is zeker het pijnlijkste plekje tot nu toe. Maar de zwelling ging zo snel dat ik aan deze marteling niet ontkwam.

Door de telefoniste van de huisartsenpost werd ik op code geel gezet. Ik ‘mocht’ meteen komen, maar ‘mocht’ niet zelf rijden. Ze gebruiken daar het woord mogen in alle mogelijke interpretaties door elkaar. En dus ‘mocht’ Marja vijf minuten later met mij en met 80 kilometer per uur over de Tilburgse ringbanen scheuren.

De tong werd steeds dikker en heel vreemd: ik voelde mijn tanden en kiezen groeien. Blijkbaar werken die zenuwen in de tong zo dat als ze verder uit elkaar worden gedrukt, ze denken dat je tanden groter worden. Tot zover deze fysische beschouwing.

Met mijn gele indicatie ‘mocht’ ik meteen door naar de dienstdoende arts, die er gelukkig relaxed onder bleef. Ze legde me op de behandeltafel met een stuk ijs in mijn mond. Mijn tong was weliswaar heel erg dik, maar ik kon nog ademhalen, dus de paniek was niet zo nodig.

En als het erger werd? Dan gaf ze me een injectie Adrenaline. Adrenaline? Datzelfde spul dat ik ook bij ieder optreden door mijn lijf voel? Daar krijg ik dus niet alleen een scherpere tong van, maar dus ook een dunnere? Kijk, dat vond ik heel bijzonder.

Bij de volgende wespensteek ga ik gewoon optreden. Dat doe ik toch al volgens Marja, want zoals alle mannen speel ik overdreven toneel als mij wat overkomt. Alsof ik door een wesp word gestoken.

Autoverkoper speelt sax

Hans Dulfer was meer dan dertig jaar lang een succesvol autoverkoper, maar u kent hem wellicht beter als saxofonist. Hans was te gast in de podcast van Radio Kunststof terwijl wij in onze auto naar het zuiden zoefden. Het moet gezegd, het werd een uitermate praktische aflevering.

“Kijk,” zei Hans in plat Amsterdams “je moet altijd een bondje met je klant zien te sluiten. Dan zei ik tegen ze: die kokosmatten moet je niet hier in de garage kopen, die liggen bij de HEMA voor de helft van de prijs. Dan waren ze zo dankbaar dat ze niet moeilijk deden over de antiroestbehandeling van 400 gulden.”

Hans wilde niet spelen op de Uitmarkt. Dat moest gratis omdat het goed was voor zijn eigen promotie en het zoveel publiek trok naar Amsterdam. “Ik kom pas naar die Uitmarkt als de Bijenkorf en de HEMA ook alles voor niks buiten zetten. Dat trekt ook volk.” De interviewster zei dat ze dat logisch vond, maar was duidelijk overbluft door zoveel streetwise inzichten.

“Ik zwaai altijd op het podium.” Ook dat had hij in de garage geleerd toen een man eens tien auto’s tegelijk kwam kopen. Er was getwijfeld aan zijn kredietwaardigheid, maar de koper had gezegd: kom maar mee naar mijn bedrijf. “Liep hij daar rond en zwaaide naar iedereen. En iedereen zwaaide hartelijk terug. Dus ik zeg tegen mijn baas: dat zit wel goed. Bleek het de grootste oplichter te zijn. Ja dan leer je wel: je kunt gerust zwaaien, want iedereen zwaait altijd terug.” Zwaaien bleek bij optredens ook sfeerverhogend.

In de studio lagen oude LP-hoezen op tafel, hoorden we, waarop Hans stond afgebeeld in zijn autoverkoperskostuum. “Geen tijd om om te kleden.” Eigenlijk was hij ook niet eens getalenteerd: “mijn dochter heeft wel talent” en “ik ben sax gaan spelen omdat dat de meeste vrouwen trok.” En hij vertelde vol vuur hoe hij zich een weg had gebluft naar de verschillende podia.

Ik vond het dus logisch dat hij de hedendaagse juridische contracten voor zijn optredens verfoeide en hij helemaal een hekel had aan alle marketing die de hedendaagse artiest nodig had om ergens in beeld te komen. Hij draafde maar door en de presentatrice had moeite om er tussen te komen: “Hans vertel eens over die tournee ter ere van je 75ste verjaardag.”

“Tournee? Ik heb helemaal geen tournee! Ik doe gewoon mijn optredens dit jaar. Maar omdat ik 75 jaar werd heb ik dat dit jaar eens tournee genoemd en kijk, nu word ik in alle programma’s zoals bij jullie uitgenodigd. En anders zien jullie me niet.”

Autoverkoper lijkt mij nog steeds een prima vooropleiding voor artiest. Die hebben geen marketing nodig.

Campingpraat

“U ziet zo bruin, u bent hier al lang?”

“Bijna vier weken. Altijd vier weken, altijd in juni, ook toen ik nog werkte. We komen hier al sinds 2003. We staan altijd hieronder bij de rivier. Dat is de beste plek. Ik moet er niet aan denken om boven te staan. Hutje mutje. Kom je je tent uit: goedemorgen buurman. Niks voor mij. Hier bij de rivier is het beste. Hier staan ook meer mensen die er al zo lang komen. Je kent elkaar dan en dan hoor je nog eens wat. Prachtig is dat hier beneden. Oh jullie staan boven? Oh in een huisje. Ja dan heb je wel mooi uitzicht daar boven. Naar boven fietsen, dat vind ik mooi. Actief zijn op vakantie. Ik kan geen boek lezen, ik moet bezig zijn. Dan fiets ik naar boven of ik loop. Dan zeg ik tegen Hannie hier: dat doe ik dan toch maar. Er is daar ook een geitenpad, tussen die twee asfaltwegen. Weten maar weinig mensen, maar dat is het mooiste pad. Ja dat leer je wel kennen als je zolang hier komt. Ik ken alle paadjes. Je moet ook naar die marktjes gaan hier dat is leuk, vindt Hannie ook. Niet dan Han? Op al die marktjes komen dezelfde verkopers. Je moet er niet kopen want het is veel te duur, die spullen kun je bij ons voor de helft krijgen. Maar we lopen daar zo graag rond voor de sfeer. Doen we vaak, actief blijven he? Ze zeggen ook dat Avignon een mooi dorpje moet zijn. Of dat andere dorpje bij die Alp van het fietsen. Mont Ventoux, ja dat zeg ik. Vertel me niets over fietsen. Ik heb nu een e-bike en dan fiets ik de hele Ardèche langs. Dat is meer dan zestig kilometer, maar ik heb een extra batterij. Niet dat ik twee keer zo hard kan, haha, maar twee keer zo lang, haha. Zo mooi om actief te zijn. Of die hele rivier hier langs lopen. Die ziet er nu wel leuk uit, maar die kan binnen één uur veranderen in een monster. Net als een paar dagen geleden, met die regen. Dan staat het hieronder gewoon blank. En dan met alle buurmannen geulen graven om de caravan heen. Ik zeg dan tegen Hannie, ik vind dat het mooiste wat er is: ons fort verdedigen. En wat denk je, alles was nat en onze voortent kurkdroog.”

“En daarom zitten wij boven. Kunnen we eens een boek lezen.”

Greg Groet Niet

Iedere week loop ik een paar keer hard. Het liefst die ik dat in Moerenburg, een prachtig natuurgebied op slechts 200 meter van ons huis. Met prachtige kronkel- en bospaden, mooie stroompjes en doorkijkjes en een paar lange fietspaden.

Er rennen hier veel mensen en als je zo’n looptegenligger passeert, dan groeten we elkaar. Zo gaat dat tussen lopers.

Regelmatig loop ik op het lange rechte fietspad naar Oisterwijk en dan zie ik hem al van verre aankomen. Die atletische tred valt je meteen op. Meestal heeft hij ook fel fluorescerende kleding aan, hij houdt er een voorkeur voor de kleur geel op na.

Hij heeft ook altijd de nieuwste spullen, want hij runt een eigen hardloopzaak. Greg van Hest is oud-nederlands kampioen marathon en hij deed ook voor ons land mee aan de Olympische Spelen in Sydney. Hij heeft nog steeds het nationaal record op de halve marathon.

Ik ga wat rechter lopen, ik versnel de pas, want ik wil dat het er voor Greg goed uitziet en hij me herkent als medeloper. We naderen elkaar op deze prachtige ochtend in Moerenburg. Greg heeft het op zijn website overigens altijd over Dé Moerenburg.

Tien meter zijn we nog verwijderd. Ik steek mijn hand zo nonchalant mogelijk omhoog. “Hoi!” zeg ik. Greg stoomt onverstoorbaar door, zegt niets, kijkt strak vooruit. Hij traint voor de marathon in New York en wil daar een record voor senioren aanscherpen. Ik ben natuurlijk een verstorende factor voor dat hoger doel.

Hij is al snel ver achter me. Nee, Greg Groet niet.

The internet is NOT the answer

Andrew Keen

Drie jaar geleden was ik voor het eerst op The Next Web conferentie in Amsterdam. En oh, wat was ik onder de indruk. De disruptie spatte van de schermen af, bevlogen sprekers, nieuwe vergezichten, een bijpassende ambiance in de vorm van de Westergasfabriek, ja zelfs een echte Hollandse koe op het toneel.

Afgelopen donderdag en vrijdag mocht ik weer naar The Next Web Europa. Twee dagen inspiratie tanken, twee dagen materiaal verzamelen voor komende presentaties en voorstellingen. Twee dagen genieten.

Natuurlijk was ik op tijd, maar ik moest aansluiten in een 500 meter lange rij voor de ingang. En zo was ik te laat voor de eerste presentaties. Een kop koffie was niet te krijgen vanwege ook lange rijen voor de versgezette-koffie-stalletjes. Het was er veel en veel te druk.

De sponsors mochten ook allemaal een keer op één van de hoofdpodia obligate verhalen vertellen. Verder veel utopische internet-of-things, wearables en big data inzichten die iedereen al kent. Bij de start-ups was een jongen met een staartje die een app had waarmee je de muziek kon beïnvloeden in de kroeg waar je was. Had ook nog nagedacht over een verdienmodel voor kroegbazen.

Maar vooral was het een zelfgenoegzaam incrowd feestje van alleen maar witte mensen, met heel veel baarden en hoeden. 52% komt van buiten Nederland werd er gepocht, ik vond dat belachelijk weinig voor een Europese conferentie. Het sprekersprogramma van dag 1 was ronduit waardeloos, dag 2 werd gelukkig wat beter.

En op die tweede dag was er ineens één verhaal waar de rode zaal van uit zijn dak ging. “The internet is NOT the answer” van Andrew Keen, zonder sheets en met slechts een kop koffie in de hand op het podium. Met statements als “Big Data is the new Pollution” en “we need Regulation for Innovation” kreeg hij open doekjes. Hij pleitte voor een cultuuromslag dwars tegen het vigerende Silicon Valley geloof in, dat alleen maar zorgt voor een diepe kloof tussen have’s en have not’s. Ik was diep onder de indruk en sloot meteen aan in – natuurlijk weer – de rij voor zijn boek en een foto.

Ik verslind het boek en weet niet of ik in alles met hem eens ben, maar deze ene presentatie gaf mij voor minstens een jaar inspiratie. Ik herhaal: Andrew Keen. En ik moet er wat mee.