Plassen en poepen op de Vierdaagse

Afgelopen dagen hebben we voor het eerst de Vierdaagse gelopen. Het was een hele ervaring. Je weet niet wat je te wachten staat. Maar het weer was mooi, het ging goed en we hebben volop genoten. U zou het niet geloven, maar de grootste uitdaging aan het gebeuren vonden wij het plassen en poepen onderweg.

De organisatie zet na de eerste vijf à zes kilometer een batterij Dixies neer. Daar wordt naar uitgekeken. Mensen versnellen en rennen er naartoe, zodat er al snel een rij is van meer dan honderd, voornamelijk vrouwen. Klapt er weer een deur van zo’n Dixi open dan rent de eerste in de rij naar de vrijgekomen unit. Het wordt lastig als er twee of drie tegelijk vrijkomen, want dan verlies je overzicht. Ik heb begrepen dat er vorige jaren een vrouw van de organisatie stond die de vrije Dixinummers omriep, maar die is helaas wegbezuinigd.

Omdat Marja in de rij stond, had ik alle tijd om het spektakel te bekijken. Ik begon zelfs nummers mee te roepen als er te lang een Dixi op groen stond. Ik hield nauwkeurig een man in de gaten, die zich verdacht bij de uitgang ophield. Terecht. Ineens sneakte hij een vrijgekomen Dixi in. Een vrouw die dat op afstand zag, liep niet door naar haar eigen toilet, maar snelde erop af en trok hem met geweld uit het hokje. Nog net voordat hij dat op slot had kunnen doen. En of dat niet genoeg was, schold ze hem als een volleerd viswijf de huid vol.

Tussen de officiële toiletpunten moet je vooral creatief zijn. En een beetje gevoel voor perspectief hebben. Dat gold zeker niet voor die ene vrouw die bovenaan het talud ging zitten plassen, voor haar gevoel achter een bosje. Maar voor de lopers aan de andere kant van de weg was het bijzonder om op vijf meter hoogte iemand, volledig in het openbaar, haar behoefte te zien doen.

Bewoners pikken soms een graantje mee van de hoge nood en stellen hun toilet beschikbaar. Ik bemerkte een breed prijsniveau. Van 1 euro, 50 cent, 20 cent en op een enkele plek gratis. Hogere prijzen aan het begin van de route. Marja is nog gaan plassen bij een Eritreeër, die 50 cent vroeg. Toen ze hem een euro gaf en de rest wilde laten zitten, ging hij nog bij de buren wisselen omdat hij voor plassen écht niet meer dan 50 cent wilde hebben.

Dat het niet altijd een onverdeeld genoegen is bleek bij de doorkomst in Linden. Bij een huis stond: ‘Dit jaar geen wc, het werd té populair.’ Ik kon me er van alles bij voorstellen.

De laatste dag kwamen we toevallig weer in de straat van de Eritrese wc. Marja verheugde zich al op het schone toilet. Hij was echter deze dag gesloten, waarschijnlijk helemaal binnengelopen.

Blockchain in Jeugdjournaaltaal

Bitcoin is hot, de blockchain is hip en het is allemaal dagelijks nieuws. Afgelopen week kwamen zelfs twee cabaretiers (Jochem en Youp) en een zanger (Guus) naar DWDD (Matthijs) om over de blockchain te praten. Althans, dat was de aankondiging.

De drie artiesten hebben geïnvesteerd in een blockchain start-up (GUTS – eerlijke tickets) omdat ze de doorverkoop en woekerprijzen van hun kaartjes helemaal zat zijn, en GUTS daar een oplossing voor heeft. Ieder heeft 1% van het kapitaal gestort en ze hopen dat het wat gaat worden. Tot zover het begrijpelijke gedeelte van het verhaal.

De oprichter van GUTS zat uiteraard ook aan tafel en kwam in het verbaal geweld van de cabaretiers in eerste instantie niet voor. Totdat hij van Matthijs mocht zeggen wat zijn oplossing voor die kaartverkoop nu eigenlijk was. “We hebben een kaartverkoopsysteem op de blockchain gebouwd.”

Matthijs leunde achterover, armen over elkaar en ging moeilijk kijken. De artiesten waren nu ook stil en dronken alle drie tegelijk van hun glaasje water. Matthijs prevelde iets van “bij blockchain tune ik out” en vroeg de man om ‘nog even in Jeugdjournaaltaal’ uit te leggen wat blockchain ook alweer was.

Op dat moment buigen we thuis op de bank altijd even naar voren, omdat we nog nooit een simpele uitleg van een deskundige hebben gehoord. Ook nu niet. We moesten ons voorstellen dat je een Excel-sheet hebt en dan niet alleen op je eigen computer maar op heel veel computers zodat de kaartjes altijd authentiek en traceerbaar zijn zonder tussenpersoon.

“Geweldig” riepen de artiesten in koor en gingen er vol overheen met grappige anekdotes over sms-en met je publiek en concerten waar ze te veel voor hadden betaald. Youp riep nog dat hij dit jaar naar de Toppers zou gaan en dat die arme blockchain-tobber aan de overkant ook een topper was. Lachen gieren brullen.

Matthijs keek ook niet meer om naar die saaie blockchainer, die zich zijn finest hour in DWDD heel anders had voorgesteld, maar met Youp en Jochem en ook nog Gerard Joling bij voorbaat kansloos was. De man miste bovendien een kans voor open doel.

Volgens mij is zijn GUTS een bedrijf dat met de blockchain ‘programmeerbare digitale tickets maakt die continu gevolgd kunnen worden en daardoor niet uitgeprint of onderhands doorverkocht’ kunnen worden’. Tot zover het Jeugdjournaal.

Wilt u ook meer inzicht in Bitcoin en Blockchain? Binnenkort kom ik met een nieuw en voor iedereen begrijpelijk programma.

Stralend middelpunt van iedere bruiloft

Afgelopen week was ik gevraagd voor een huwelijksceremonie. Maar omdat de bewuste gemeente geen BABS-voor-één-dag wil hebben, moest dat onder leiding van een échte ambtenaar: Karin. Dat is niet haar echte naam overigens, omdat ik niet met terugwerkende kracht een fantastische dag wil ontsieren.

Karin kende het klappen van de zweep: ze had al meer dan 800 bruiloften op de teller. Door de telefoon had ze me gezegd de ceremonie te zullen openen, daarna mij meteen het woord te geven en dan alleen nog het huwelijk te voltrekken. De rest was helemaal aan mij. Maar toen ze op de bewuste dag met acht A4’tjes tekst aankwam, deed me dat al het ergste vermoeden.

Ze ging vooraf even naar het bruidspaar, die zich hadden verstopt zodat nog niemand de jurk kon zien. “Dat mag ik dan lekker wel, hè. U moet hier blijven.” Ze vroeg me verder helemaal niets en praatte maar door over haar 800 vorige bruiloften. Ze had alles al meegemaakt, kwam niet meer voor verrassingen te staan. Ze was ook zóó relaxed altijd, dat ze lekker in een spijkerbroekje kwam. “Ik trek toch de toga aan.”

Ik moest maar eens goed op haar letten en dan gaf zij wel aan wanneer ‘mijn stukje’ aan de beurt was. Haar openingszin was maatgevend voor al wat komen ging: “Lief bruidspaar, wat fantastisch dat ík jullie vandaag mag trouwen, en dat zeg ik niet om te slijmen, maar omdat ik het meen.”

Toen vroeg ze om de mobieltjes op stil. De vader van de bruid was zo zenuwachtig dat het hem niet meteen lukte, wat Karin de gelegenheid gaf om te oreren dat ze niets van mobieltjes en die moderne toestanden moest hebben. “Dat vinden we allemaal toch?” zei ze tegen de zaal vol twintigers en dertigers.

Mij meteen het woord geven kostte haar uiteindelijk een kwartier, waarbij ze uiteraard mijn naam ook niet meer wist.

Daarna ging ze weer onverdroten door en uitgebreid in op het voorgesprek dat ze met het bruidspaar had gehad. Omdat een aanstaande bruid altijd het meeste praat, was het haar specialiteit geworden het er bij een toekomstige bruidegom uit te trekken. Zo konden we horen dat haar eigen huwelijk – net als ieder ander huwelijk trouwens – enorme ups en downs heeft, maar dat je daar samen altijd uit gaat komen, als je dat tenminste wilt. Eén van de getuigen kwam uit Rotterdam en dat vond ze een ‘verschrikkelijke stad’. Karin had geen geheimen meer voor ons.

In mijn stukje heb ik met een lach en een traan het bruidspaar in het zonnetje gezet, want dat verdienden ze op deze koude natte winderige dag.

Tip voor Karin: een iets langere toga vragen bij de gemeente. De spijkerbroek kwam er hinderlijk onderuit.

De eerste Big Data Bakker van Nederland

Met het kerstdiner zat mijn vader altijd op de strategische plek, waar hij zowel de lange tafel als de keuken kon overzien. Ik mis hem nog ieder jaar, maar dit jaar ietsjes meer.

Deze kerstvakantie schrijf ik mijn nieuwe voorstelling en blader door zijn bakker-agenda’s. Ik heb ze allemaal bewaard, de meeste zitten nog onder het meel. Hij noteerde er alles, werkelijk alles in.

IMG_1793

Hij schreef op hoeveel hij gebakken had, wat het weer was geweest, bijzondere gebeurtenissen en opmerkelijke feiten. Hemelvaart 1983: orkaan, zeker tien mensen verongelukt. “Je weet nooit wat je er ooit nog aan hebt,” zei hij dan.

Vervolgens goochelde hij met al die cijfers en gegevens uit het verleden om te kunnen voorspellen wat hij dat jaar met Kerst, Pasen of Pinksteren zou moeten bakken. Als hij een advertentie had geplaatst, hield hij zorgvuldig bij wat het effect op de verkoop was. Hij was in zoveel dingen zijn tijd ver vooruit, deze eerste Big Data bakker van Nederland.

IMG_1792

Daarom is juist hij de hoofdpersoon in het theaterprogramma  “Bakken met data”. Een vrolijke mix van mijn kijk op onze digitale wereld en een liefdevolle terugblik op mijn vader.

De agenda’s zijn een goudmijn voor deze voorstelling. Inderdaad pap, “je weet nooit wat je er ooit nog aan hebt.”

Datasexueel

Ik zal maar met de deur in huis vallen, ook ik ben datasexueel. Mijn apps meten echt alles: waar ik ben geweest (Moves), of ik goed heb geslapen (UP), hoe hard ik heb gelopen (Runkeeper) en ga zo maar door. Mijn telefoon draait overuren om alles te registeren en haalt het einde van de dag niet zonder tussendoor te worden opgeladen.

Mijn vrouw krijgt sinds kort de vraag hoe het is om met een datasexueel getrouwd te zijn. Ze kan er prima mee leven, zolang de door mij gebruikte apparatuur niet te veel uitsteeksels heeft die haar in knusse momenten zouden kunnen beschadigen. In die zin is mijn nieuwe meet- en weetarmbandje Jawbone up3 niet direct een aanrader: de sluiting heeft scherpe randjes.

Is het erg om datasexueel te zijn? Aan de ene kant niet. Het is leuk om je gewicht te zien dalen, of om vast te stellen dat je langer en sneller kunt lopen. Ook gaan we ’s avonds soms nog een blokje om, zodat ik precies mijn stappendoel kan halen. Allemaal erg nuttig, lijkt me.

Aan de andere kant ben ik natuurlijk de gedroomde klant voor de Facebooks en Googles van deze wereld. Want natuurlijk log ik overal in met mijn social account, zodat het voor Mark Zuckerberg een fluitje van een cent is om mij een beetje in de gaten te houden. Zijn algoritmes doen mij vandaag aanbiedingen die passen bij een goed humeur, omdat ik vannacht goed heb geslapen.

Ik heb de marktwaarde van Google en Facebook eens gedeeld door het aantal actieve gebruikers. Per persoon hebben we in Nederland al zeker € 1000 voor die jongens bij elkaar geklikt. En ik als datasexueel ben zeker goed voor een paar duizend euro, want ik klik en swipe niet alleen. Nee, ik ben transparant in heel mijn doen en laten. Door nog meer wearables, nog meer internet-of-things gekoppelde koelkasten en straks zelfrijdende auto’s, jagen we de inkomsten van deze supernerds naar nooit eerder vertoonde en wat mij betreft onverantwoorde hoogtes.

Mijn UP-app vertelde mij vanochtend dus dat ik goed had geslapen. Bijna acht uur lang, waarvan maar liefst 2 uur 46 minuten REM-slaap. UP adviseerde mij daarom om iets creatiefs te gaan doen op deze dag. Vandaar deze column waar ik zeker niet rijk van word.

Maar Mark Zuckerberg wel, die wordt slapend rijk van zijn gedroomde datasexuele klanten.

IMG_2090

Afgelopen nacht. Heerlijk geslapen.