Campingpraat

“U ziet zo bruin, u bent hier al lang?”

“Bijna vier weken. Altijd vier weken, altijd in juni, ook toen ik nog werkte. We komen hier al sinds 2003. We staan altijd hieronder bij de rivier. Dat is de beste plek. Ik moet er niet aan denken om boven te staan. Hutje mutje. Kom je je tent uit: goedemorgen buurman. Niks voor mij. Hier bij de rivier is het beste. Hier staan ook meer mensen die er al zo lang komen. Je kent elkaar dan en dan hoor je nog eens wat. Prachtig is dat hier beneden. Oh jullie staan boven? Oh in een huisje. Ja dan heb je wel mooi uitzicht daar boven. Naar boven fietsen, dat vind ik mooi. Actief zijn op vakantie. Ik kan geen boek lezen, ik moet bezig zijn. Dan fiets ik naar boven of ik loop. Dan zeg ik tegen Hannie hier: dat doe ik dan toch maar. Er is daar ook een geitenpad, tussen die twee asfaltwegen. Weten maar weinig mensen, maar dat is het mooiste pad. Ja dat leer je wel kennen als je zolang hier komt. Ik ken alle paadjes. Je moet ook naar die marktjes gaan hier dat is leuk, vindt Hannie ook. Niet dan Han? Op al die marktjes komen dezelfde verkopers. Je moet er niet kopen want het is veel te duur, die spullen kun je bij ons voor de helft krijgen. Maar we lopen daar zo graag rond voor de sfeer. Doen we vaak, actief blijven he? Ze zeggen ook dat Avignon een mooi dorpje moet zijn. Of dat andere dorpje bij die Alp van het fietsen. Mont Ventoux, ja dat zeg ik. Vertel me niets over fietsen. Ik heb nu een e-bike en dan fiets ik de hele Ardèche langs. Dat is meer dan zestig kilometer, maar ik heb een extra batterij. Niet dat ik twee keer zo hard kan, haha, maar twee keer zo lang, haha. Zo mooi om actief te zijn. Of die hele rivier hier langs lopen. Die ziet er nu wel leuk uit, maar die kan binnen één uur veranderen in een monster. Net als een paar dagen geleden, met die regen. Dan staat het hieronder gewoon blank. En dan met alle buurmannen geulen graven om de caravan heen. Ik zeg dan tegen Hannie, ik vind dat het mooiste wat er is: ons fort verdedigen. En wat denk je, alles was nat en onze voortent kurkdroog.”

“En daarom zitten wij boven. Kunnen we eens een boek lezen.”