Meeloper

Onze ketel had onderhoud nodig. Nu kennen we Karel goed, dus dat gebeurde in de avonduren. De onderdelen werden contant afgerekend en de arbeid met koffie, bier, wijn en borrelhapjes.

Na de koffie togen Karel en ik naar de ketel en hij begon kordaat de onderdelen één voor één te verwijderen. Die mocht ik dan aanpakken en op de tafel leggen. De mantel, de condensopvangbak en hier, dat is de ventilator en voorzichtig, daar hoort dit zwarte knopje bij. Ik was een echte meeloper, zoals dat in vaktermen heet en ik mocht hem ook bijlichten in de donkere hoekjes.

Ik had nog nooit een ketel van binnen gezien en nu Karel de zaak had ontmanteld, leek het helemaal niet op een ketel. Er restte nog slechts een achterwand met wat buizen. Hij legde me geduldig de werking van de verschillende onderdelen uit, en ik vond het eigenlijk een juweeltje, dat daar zomaar in onze bijkeuken hing.

Hoe lang het geleden was dat ie was gereinigd? “Eh, drie jaar?” Hij kon wel zien dat ze toen niet alles uit elkaar hadden gehaald, want kijk eens wat een stof hier en wat een rotzooi daar. En ik kreeg verhalen van servicemonteurs die de kap eraf haalden, een sigaretje gingen roken en de zaak weer sloten. “Mevrouwtje, hij is weer picobello in orde!”

Er gingen nog een nieuwe brander en een nieuwe  ionisatie-pen in. Want ik kon toch zeker zelf ook wel zien dat die niet meer helemaal goed waren. En inderdaad, de pen was wit uitgeslagen en volgens mij zelfs een beetje krom.

De ketel werd gesloten en ik moest alle onderdelen weer één voor één aangeven, nu in de omgekeerde volgorde. Ik gaf Karel de ventilator en hij vroeg naar het zwarte knopje. “Welk zwart knopje?”, antwoordde ik. En zonder op te kijken zei hij “Ha, ha”’. Mijn meelopershumor was zijn dagelijkse kost.