Achteraan lopen

Het was bijna emotioneel om startnummer 960 uit de enveloppe te halen. Drie jaar geleden had ik voor het laatst de Tilburg Ten Miles gelopen. En nu – een herseninfarct en kanker voorbij – mocht en kon ik weer.

In tegenstelling tot al die andere keren, stond ik niet een uur vantevoren in het startvak en zou ik niet gaan proberen om onder de 1 uur 20 minuten te lopen. Vandaag deed de tijd er niet toe. Vandaag ging ik genieten.

Relaxed kwam ik pas een kwartiertje voor tijd bij het nieuwe startgebied. Het was een chaos, ik kon geen startvak vinden en had geen idee waar ik ergens stond. Achteraan bleek, want ik hoorde dat de kopgroep al voorbij kilometer zeven was gesneld, eer ik van start kon. Geen paniek, genieten.

Het was warm, maar het ging heerlijk. De snelheidsbegrenzer stond op 6 minuten per kilometer, alle muziek op 168 beats per minuut. In trance ging het door de straten van Tilburg.

Ik had op het einde voldoende over, maar toen bleken de nadelen van achteraan lopen. Het werd steeds meer een slalom om stilstaande of wandelende lopers heen. De brug was geblokeerd door een ziekenwagen en een straat verder werden we omgeleid langs een andere ambulance.

In mijn straat keek men elkaar aan: al die sirene’s en Harrie nog niet geweest? Hij zou toch niet…? Even later kwam ik zwaaiend en high-fivend voorbij. Ik zag de opluchting in de ogen.

Achteraan starten is niet relaxed. Volgend jaar sta ik weer lekker ontspannen vooraan.